Estella Tenthoff van Noorden-van Minden

‘Het is een wonder dat ik mijn idealen niet heb verlaten, ze lijken zo absurd en onpraktisch. Toch klamp ik me eraan vast omdat ik nog steeds geloof, ondanks alles, dat mensen echt goed zijn in hun hart.’

-Anne Frank (1929-1945)

 

Inhoudsopgave:

Inleiding

Hoofdstuk 1, Salomon Hijman van Minden.

Hoofdstuk2, Binger en Herschel.

Hoofdstuk 3, De kinderen van Hijman Salomon van Minden en Sara Salomon.

Hoofdstuk 4, Estella, (Stella)  van Minden.

Hoofdstuk 5, De kinderen en kleinkinderen van Joé de Jongh en Estella de Jongh – van Minden.

Bijlagen, bronvermeldingen en links.

 

Estella Tenthoff van Noorden-van Minden.

“Het verleden kan niet worden uitgewist en moet door iedere generatie opnieuw worden onderkend”. Daarom is het ook belangrijk dat geschiedenis onthouden en verteld wordt. Anders wordt herdenken leeg. Daarentegen moet je ook kunnen vergeven. Vrijheid en verzoening zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Mijn oprechte dank gaat uit naar Marianne Wolder en Nora Kreeft voor hun bijdragen aan dit verhaal.

Detail van Nationaal Holocaust Namenmonument te Amsterdam.

Inleiding

Dit verhaal gaat over Estella (Stella) Tenthoff van Noorden-van Minden, maar ook over het hele Joodse gezin “van Minden” in Amsterdam.  Het verhaal gaat ook over haar ouders, grootouders, over haar broers en zussen, en over haar kinderen en kleinkinderen. Over een faillissement, en over een familielid, die na 70 jaren als nog een grafsteen kreeg, en over een familielid, die zijn leven redde door uit de trein naar Auschwitz te springen.

Velen uit de familie “van Minden” kwamen om, danwel werden vermoord,  gedurende de Tweede Wereldoorlog in de verschillende Duitse concentratie-kampen. Slechts enkele familieleden wisten de oorlog te overleven, maar moesten verder met de pijn en verdriet van verloren ouders,  verloren broers en zussen, en andere familieleden en vrienden. Van enkele familieleden was niet meer te achterhalen hoe hun leven verliep. In de bijlagen verder nog een stamboom overzicht, en alle genealogische data en gebruikte bronnen.

Hoofdstuk 1,  Salomon Hijman van Minden.

Estella’s opa, Salomon Hijman van Minden (1) was sigarenmaker van beroep, (het cijfer achter de naam verwijst naar de notes in de bijlagen).

Kerkstraat  links 82, rechts 80, anno 2020.

 

Hij was geboren in 1819, in een huis staande aan de kerkstraat nummer 80 te Amsterdam.  Hij was een zoon van Hijman Salomon van Minden (2) en Betje Meijer Peper (3).

Hij trouwde, in 1837, 18 jaar oud met de 19-jarige pettenmaakster Sara Salomon Goudsmit (4),en zij kregen op de Sint Anthoniebreestraat, nummer 77 zeker zeven kinderen:              Ester  (5),  Hijman Salomon (6), Nehemia (7),  Elisabeth (8),  Gerson  (9),  Joë (10) en Meijer  (11).

 

In de tabaksindustrie werkten verhoudingsgewijs veel Joodse ondernemers.    De tabakshandel van Opa Salomon floreerde, en aan de grootte van zijn advertenties te beoordelen, zelfs goed. Het bedrijf was rond 1863 op de Sint Anthonie Breestraat 25 gevestigd.

Algemeen Handelsblad 11-06-1863

 

 

In juni 1863 stierf Salomon’s dochter Ester, in de ouderdom van 21 jaar.

Nieuw Israelietisch Weekblad 9 juli 1869.

Zes jaar later overleed opa Salomon Hijman van Minden (1), slechts 49 jaar oud, in de acte nummer 4022 van het bevolkingsregister van 1869 van Amsterdam  stond vermeld, wegens sabbath konden de aangevers de acte niet ondertekenen.  Zijn vrouw Sara Salomon Goudsmid (4), trok in bij haar zoon Gerson Salomon (9), en hertrouwde zes jaar later  in 1875 met de koopman Salomon Abraham Kok (12),  zij overleed in Amsterdam op 72 jarige leeftijd, (1890).

Algemeen Handelsblad 14 november 1869

Na de dood van opa Salomon Hijman van Minden(1), zetten zijn twee oudste zonen, Hijman Salomon (6), en Nehemia Salomon (7), het tabaksbedrijf voort, en stichtten een nieuwe vennootschap met de  naam “S.H. VAN MINDEN & ZONEN”.

Algemeen Handelsblad 1 januari 1880.

Ook twee jongere zonen Gerson Salomon (9), en Meijer Salomon (11), stichtten tien jaar later een vennootschap met als doel de fabricage en handel in sigaren, hun vennootschap had de naam “GEBROEDERS VAN MINDEN”.

In 1870  trouwde de oudste zoon, erfvolger en vader van Estella van Minden, de 26-jarige Hijman Salomon van Minden (6), met de 20-jarige uit Utrecht afkomstige Saartje (Sara) Salomon (13), zij was een dochter van Nathan Manus Salomon (14), en Aaltje Markus Nathan (15), meer over hen in hoofdstuk 3.

Het tabaksbedrijf van de twee oudste zonen verhuisde in deze jaren verschillende malen, van de Sint Anthonie Breestraat naar  de Kloveniersburgwal 70, in 1882 naar de Oudezijds Achterburgwal 177, en rond 1898 ging het bedrijf naar de Oudezijds Achterburgwal 209, (bij het Rusland).

Hoofdstuk 2, Binger en Herschel.

Het ging niet altijd goed met het tabaksbedrijf van S.H. van Minden & zonen, zo was er een faillissement op 21 maart 1900. Dit faillissement werd in de kranten een nasleep van de val van de tabaksmakelaars de firma Binger en Herschel genoemd.

Het nieuws van de dag 09-11-1893.

De firma Binger en Herschel, was een makelaarskantoor in verkoop van tabak en sigaren, van twee vennoten, de heren Willem Marcus Binger (16) en Heijman Herschel (17), opgericht in september 1879 in Amsterdam. Naar buiten leek het een betrouwbaar, goed lopend makelaarskantoor te zijn, maar in werkelijkheid zat het bedrijf vanaf dag een in de schulden, als we tenminste de woorden van de heer Herschel moeten geloven, die hij o.a. uitte, na het faillissement dat plaats vond op 25 november 1899. Door de Rechter Commissaris werd toen de heer C.D.Asser aangesteld tot Curator.

De kranten berichten dagelijks over het faillissement, en iedere dag werden er meer crediteuren bekend, die met schulden bleven zitten, en de bedragen werden steeds hoger. Maar niet alle vorderingen werden gehonoreerd, wisselbrieven (leningen die men voor een afgesproken datum en met een afgesproken rente moest terug betalen), die alleen door één van de vennoten was ondertekend, en niet door beiden, werden door de curator afgewezen.

De Sumatrapost van 10 april 1900, deze redacteur  vond dat de heren Binger en Herschel wel in de gevangenis konden belanden.

 

Het werd iedereen duidelijk de heren waren zwendelaars. Zij hadden zich diep in de nesten gewerkt, en de schulden hoog laten oplopen.  Er heerste een algemene stemming van verontwaardiging, omdat nu de tabaksmarkt, in haar geheel een slechte naam kreeg.

In totaal waren er meer dan 80 crediteuren, oa. de belastingdienst, de Deutsche Reichsbank, de Norddeutsche Bank, diverse Amsterdamse Bankhuizen, de Incasso-Bank, Kasvereniging Labouchere Oyens  & Co, de Twentsche Bankvereniging en diverse Amsterdamse tabakshandelaren, waar onder ‘S.H. van Minden en zonen’.

Volgens de heer Herschel waren er schuldvorderingen van zijn vader, diverse in bruikleen gegevenen aandelen en obligaties, en van zijn broer een lening van  f  283.000,–  die later weer werd ingetrokken. Er zou geld, 2,5 à 3 ton geleend zijn van zijn vriend de heer Jansen van de Deli-Maatschappij, en van vele Amsterdamse Tabakshandelaren, en onbetaalde wisselbrieven van f 233.000,– van de firma Koningsbergen uit Frankfurt. De curator kwam er al gauw achter dat de boekhouding bij het makelaarskantoor een rommeltje was, en vele beweringen van de heren konden niet worden bewezen met bewijsstukken. Zo waren vele wissels dan wel leningen buiten de boekhouding gehouden.

Er werd geld bij familie leden geleend met een rente percentage van 18 tot 20 % (6 % rente en 12% commissie). De lonen van de twee makelaars stonden de laatste 5 jaar in de boeken voor f 66.000,–  , (veel geld, ‘guldens’ voor die tijd). De jaarlijkse winsten bedroegen volgens de boeken 1879-1883 per jaar f 25.000,– , 1884-1889 per jaar f 28.000,– , 1890-1893 per jaar f 35.000,– en 1894- 1898 per jaar f 66.000,–

Op 27 maart 1900 was er een gerechtelijk akkoord, na de verificatie vergadering. De waarde van de inboedel en onkosten was f 80.000,– de schuldvorderingen f 1.500.000,–  De advokaat van de vennoten Binger en Herschel stelden voor, 25% na goedkeuring door de rechter, onder garantie. Voor het akkoord stemden 84 crediteuren, voor een gezamelijk bedrag van f 586.197,26.   Er was in de jaren meer dan twee miljoen gulden geleend, maar waar het geld gebleven was bleef voor de curator voor een groot deel een raadsel?

Minden in de dagbladen.

En de gebroeders van Minden in dit verhaal, in de kranten komen we verschillende bedragen tegen. Binger en Herschel hadden schulden bij van Minden tussen de f 24.500,– en de f 35.374,–  en wissel accepten van, van Minden voor een vordering van een bedrag groot van f 208.437,42.  Volgens de heer Herschel was bij de oprichting van de vennootschap in 1879 geld geleend bij S.H. van Minden en Zonen  van ca f 30.000,– , met de bedoeling deze zo snel mogelijk af te lossen, maar deze bleef echter geruime tijd doorlopen, en waar over een rente van gemiddeld 25% per jaar moest worden betaald, deze rente was over een periode van 12 jaar opgelopen tot een som van meer dan f 100.000,– . Deze schuld werd ieder jaar afgelost met weer ander geleend geld. Er was door wissels zoveel geld geleend, dat over de laatste 8 jaar een totaal bedrag van meer dan f250.000,– aan rente moest worden betaald.

Hoofstuk 3, de kinderen van Hijman Salomon van Minden en Sara Salomon.

Hijman Salomon Minden (6), en Sara Salomon (13), de ouders van Estella, kregen in een periode van twintig jaar (1871-1891) veertien kinderen, en zij hadden daarom in deze periode ook verschillende dienstmeisjes in huis, ( in het bevolkingsregister en in de geboorte acten is hier het woordje ‘van’ bij van Minden weggelaten).   Hijman Salomon van Minden (6) overleed op 67 jarige leeftijd, te Watergraafsmeer in 1911, zijn vrouw Sara Salomon (13) op 79 jarige leeftijd in 1929.  Zijn zonen Nehemias en Emanuël van Minden gingen verder in de tabakshandel.

Maar eerst de kinderen:

-3.1. Aaltje Minden, dochter geboren 1871 in Amsterdam, aan de Kloveniersburgwal 114, zij woonde in Watergraafsmeer, en overleed op 47-jarige leeftijd, in 1919 in Watergraafsmeer.

-3.2. Salomon Hijman Minden, zoon geboren 1872 in Amsterdam, in de Militie registers van 1892 staat vermeld als beroep diamant klover. Hij vertrok op 45-jarige leeftijd  in 1917 naar Zuid-Afrika., verder niets terug kunnen vinden.

-3.3. Nathan Minden, zoon geboren 1874 in Amsterdam, werd kantoorbediende, huwde op 32-jarige leeftijd in 1906 in Amsterdam met de 23 -jarige Charlotte Antonia Spaarenberg. Zij gingen wonen in Zandvoort. Nathan overleed op 64 jarige leeftijd in 1938 te Haarlem.

-3.4. Estella (Stella) Minden, dochter geboren 20 april 1876 in Amsterdam, zie hoofstuk 4 en verder.

Algemeen Handelsblad 21 april 1876.
Geboorte acte Nehemias Minden, gemeente archief Amsterdam.

-3.5. Nehemias Minden, zoon van Hijman Salomon Minden en Saartje Salomon, geboren in 1878 te Amsterdam, in het archief van Amsterdam, inventaris 5128, van het secretarie Militaire Zaken kwamen we Nehemias in 1898 nog tegen: Nehemias Minden, tabakshandelaar , ging niet in militaire dienst, maar zorgde voor een “verwisselaar” Leendert Mens, die tot 1906 dienst deed bij de Infanterie.  Nehemias Minden was uitgeschreven in Amsterdam  in januari 1910 en vertrokken naar Londen, rond mei 1945 overleed hij in Londen op 67 jarige leeftijd.

-3.6. Rebecca Minden, dochter van Hijman Salomon Minden en Saartje Salomon, geboren in 1880 in Amsterdam, zij huwde in 1909 op 29 jarige leeftijd met de 31 jarige handelsreiziger Joseph Matthijs Wolf.  Zij kregen drie dochters: In 1910 Sophia Sara (Fie) Wolf, in 1912 Hermina Wolf  en in 1914 Seraphina Rebecca Wolf.

Rebecca Minden overleed, oud 64 jaar in 1944 in Auschwitz,  haar man Joseph Matthijs Wolf overleefde de Tweede Wereldoorlog en hertrouwde met Carolina Bekkers, hij overleed in 1951 in Bloemendaal. Hij had in de oorlog zijn vrouw, zijn drie dochters, zijn drie schoonzonen en een kleinkind verloren!!

De kinderen van Rebecca Minden en Joseph Matthijs Wolf:

Boek geschreven door Sam de Visser over Sam Noach.

3.6A. Hun oudste dochter Sophia Sara, (Fie) trouwde in 1936 te Rotterdam met de vertegenwoordiger Bram (Abraham) Noach,  Bram Noach werkte voor zijn vader, Sam Noach, die een goed lopend bedrijf had in kloosterlinnen, in Deventer, en zoveel adverteerde in de lokale kranten, dat iedereen in Deventer hem kende, en daar bekend stond als ‘de Man van Deventer’. Het echtpaar woonde aan de Statenweg nr 144d in Rotterdam. Toen op 1 mei 1942 voor Joden het dragen van een ster verplicht werd, doken Bram en Sophia Sara onder. Zij werden echter in de zomer van 1944 verraden en opgepakt. Vanaf 8 augustus zaten zij gevangen in het huis van bewaring aan de Noordsingel te Rotterdam, en op 19 augustus werden zij overgebracht kwamen naar de strafbarakken van Westerbork.

Zij vertrokken op 3 september 1944 naar Auschwitz, het was de laatste trein van Westerbork naar het in Polen liggende vernietigingskamp. Sophia Sara Wolf overleed 30 september 1944 in Auschwitz, haar man Bram Noach werd in oktober 1944 van Auschwitz overgebracht naar het werk kamp Stutthof bij Dantzig, hier  overleed hij op 21 december 1944.

De kinderen van Bram en Sophia Sara:  Johnny, geboren in 1938 in Rotterdam, en Bela, geboren in 1939 in Rotterdam waren vanaf 1942 ondergedoken in diverse pleeggezinnen. Na de oorlog werden zij als pleegkinderen opgenomen in het gezin van Clara (zus van Bram) en Charles van Biene, zij waren ook ondergedoken en wisten uit de handen van de Duitsers te blijven, en overleefden de oorlog.

Abraham Noach.
CBG.familieadvertenties.

-3.6B. De middelste dochter Hermina wolf, geboren in Amsterdam in december 1912, woonde in 1943 aan de Bentincklaan nr 35a te Rotterdam, zij was in ondertrouw met Abraham de Leeuw en zij probeerde nadat ze terecht waren gekomen in kamp Westerbork nog te trouwen met Abraham de Leeuw, maar voor het huwelijk plaats vond, werd Hermina gedeporteerd, zij overleed in mei 1943 in het vernietigings-kamp Sobibor, Abraham de Leeuw overleed twee maanden later in Sobibor.

 

Seraphina Rebecca van Moppes-Wolf met dochter Margaretha Rebecca van Moppes, (copyright Joodsmonument.nl).

-3.6C. De jongste dochter Seraphina Rebecca Wolf trouwde in Rotterdam in 1938 met haar neef Hijman van Moppes, een zoon van haar tante Margaretha Minden (nr -3.12).

Zij kregen in 1940 een dochter, die de namen van beide oma’s kreeg: Margaretha Rebecca van Moppes. Moeder en dochter kwamen om in 1944 in Auschwitz.

-3.7. Elisabeth Minden, dochter van Hijman Salomon Minden en Saartje Salomon, geboren in oktober 1881 in Amsterdam, zij werd slechts een jaar oud en overleed in januari 1883.

-3.8. Emanuël Minden, de eerste helft van een tweeling en zoon van Hijman Salomon Minden en Saartje Salomon geboren 14 september 1883 in Amsterdam, van beroep reiziger in tabak, huwde op 39-jarige leeftijd met de 33-jarige Johanna Maria Vosse.  In 1942 woonde zij in Zandvoort. Emanuël Minden overleed op 59-jarige leeftijd in 1942 in Auschwitz in Polen, ( zijn vrouw Johanna Maria Vosse en een kind overleefde de oorlog).

-3.9. Elisabeth Minden, de tweede helft van de tweeling, dus ook geboren op 14 september 1883, werd slechts anderhalf jaar oud, zij overleed in april 1885 in Amsterdam.

-3.10. Marianne Minden, dochter van Hijman Salomon Minden en Saartje Salomon, geboren  september 1884, in Amsterdam, overleed acht maanden later in juni 1885.

Algemeen Handelsblad, 9 juni 1885.

-3.11. Anna Minden, dochter  van Hjiman Salomon Minden en Saartje Salomon, geboren december 1885 in Amsterdam,  zij huwde 25 jaar oud,  met Hartog Levee, van beroep commissionair en zoon van Jacob Hartog Levee en Frederika Hijmans. Anna Minden overleed op 57 jarige leeftijd in februari 1943 in Auschwitz.  haar man Hartog Levee was op 60 jarige leeftijd in 1935 al overleden. Anna Minden en Hartog Levee hadden vier kinderen:  Frederik Jacques Levee, geboren te Amsterdam januari 1912, overleed op drie jarige leeftijd in 1915. Twee zonen, Henri Johan Levee,  geboren 1913 en Richard Felix Levee, geboren 1918 overleefden de oorlog. Hun  dochter Frederika Jaqueline geboren in 1917 te Amsterdam, zij overleed op 25 jarige leeftijd, in 1942 in Auschwitz.

-3.12. Margaretha Minden, dochter  van Hijman Salomon Minden en Saartje Salomon, geboren in 1887 in Amsterdam, huwde op 22 jarige leeftijd, in Amsterdam met de 21 jarige Louis van Moppes, van beroep diamantklover, zoon van Aäron van Moppes en Sara Cohen. Margaretha Minden overleed op 53 jarige leeftijd, in oktober 1940 te Amsterdam.

 

Margaretha en Louis hadden drie zoons, Aäron, Hijman en Max van Moppes. Het gezin van Margaretha en Louis woonde samen met het gezin van Louis broer Meijer van Moppes aan de Linnaeusparkweg in de Watergraafsmeer. Louis en Meijer van Moppes runden samen een diamantkloverij. In 1935 gingen de broers zakelijk uit elkaar, en kwam er een eind aan het gezamelijk wonen, beide gezinnen verhuisden naar de rivierenbuurt, waar ze tegenover elkaar woonden in de Rijnstraat. Louis van Moppes ging werken aan de Beurs van de Diamanthandel, (Louis woonde Rijnstraat 198, 1 hoog).

De Kinderen van Margaretha van Minden en Louis van Moppes:

Aäron van Moppes.

-Aäron van Moppes, de oudste zoon, geboren Watergraafsmeer in 1910 was verstandelijk gehandicapt, Hij verbleef in het Centraal Israëlitisch Krankzinnigengesticht ‘Het Apeldoornsche Bosch’.  Aanvankelijk leek het erop dat de nazi’s Het Apeldoornsche Bosch ongemoeid zouden laten; in Apeldoorn sprak men van de “Jodenhemel”. Woensdag 20 januari 1943 verscheen echter de Ordedienst van Kamp Westerbork en op het station van Apeldoorn werd een goederentrein met 40 wagons gereed gemaakt. De helft van het personeel is in die nacht gevlucht en ondergedoken. In de nacht van donderdag 21 op vrijdag 22 januari 1943 werden alle patiënten onder verschrikkelijke omstandigheden in vrachtwagens naar de gereedstaande goederentrein gebracht.  De trein vertrok de volgende ochtend en bracht de bijna 1200 patiënten, waaronder Aäron van Moppes, en 50 van de personeelsleden, rechtstreeks naar Auschwitz, waar de patiënten bij aankomst direct werden gedood. Het resterende, in Apeldoorn gebleven personeel, is samen met de laatste ruim honderd Joodse Apeldoorners in een gewone trein naar Kamp Westerbork gebracht en werden vandaar uit gedeporteerd.              https://www.apeldoornschebosch.nl/      

Roxane van Iperen, jurist en schrijfster, zei er in haar 4 mei toespraak, in 2021, in de Nieuwe Kerk te Amsterdam ter gelegenheid van de Dodenherdenking het volgende over:

Om ruimte te maken voor een hersteloord van de Waffen-SS in Gelderland, werden op 21 januari 1943, in één nacht tijd 1200 psychiatrische patiënten en vijftig personeelsleden uit de Nederlands-Joodse instelling Het Aperldoornsche Bosch ontruimd. In menselijke lagen op elkaar gestapeld in goederenwagons, die na een dagenlange tocht door de winterse kou in Auschwitz-Birkenau aankwamen. Rudolf Vrba, een van de vijf gevangenen die ooit uit Auschwitz ontsnapten, herinnerde het zich goed. “Velen van hen waren overduidelijk al een paar dagen dood, want de lichamen waren aan het ontbinden, en de geur van rottend vlees stroomde uit de geopende deuren. Maar (…) wat me met afgrijzen vervulde was de staat waarin de levenden zich bevonden. En boven alles uit (…) de uithalen van pijn en van angst (…)”.

Hijman van Moppes

 

-Hijman van Moppes, geboren Watergraafsmeer 1912 , van beroep handelsbediende, was getrouwd met zijn nicht Seraphina Rebecca Wolf, (-3.6C, dochter van Rebecca Minden).  Op 3 september 1944 ging hij vanuit Westerbork op transport naar Auschwitz. Zijn overlijdensplaats is niet helemaal achterhaald, op de website Joodsmonument.nl staat vermeld Midden Europa 9 mei 1945.

Max van Moppes

-Max van Moppes, de jongste zoon, geboren Amsterdam  in 1918, van beroep tekenaar werd opgepakt tijdens de tweede razzia in Amsterdam op 11 juni 1941. Deze razzia was een represaille voor aanslagen op gebouwen van de wehrmacht. 310 jonge mannen werden opgepakt in de buurt rond het Merwedeplein, en afgevoerd naar het interneringskamp in Schoorl. Op 22 juni 1941 werden 277 personen van deze groep  gedeporteerd naar het kamp Mauthausen in Oostenrijk. Max overleed hier op 22-jarige leeftijd, in augustus 1941.

Sterbeurkunde uit Mauthausen van Max van Moppes

De familie kreeg in die periode nog bericht van de kampleiding uit Mauthausen dat hun dierbaren waren overleden. De bedoeling was om de Joodse gemeenschap zo te intimideren.  Zijn verloofde Betty Louise Eijl verloor het leven in Sobibor in  juni 1943.      (Link, de tweede razzia in Amsterdam).

Vader Louis van Moppes, kon nog lang in Amsterdam blijven, omdat hij als diamantbewerker voor de Duitsers nog belangrijk was. De  groep ‘Diamant Juden’ bestond uit hoog gekwalificeerde vaklieden, die op korte termijn moeilijk te vervangen waren. De oorlogs-economie kende een grote vraag naar geslepen diamant en industrie diamant, zodat de in de diamant industrie werkende Joden een grote economische waarde vertegenwoordigden. Er waren circa driehonderd handelaren en ca duizend diamant bewerkers door de Joodsche Raad op een ‘Sperrelijst’ gezet, zij kregen een vrijstellings stempel in hun persoonsbewijs,  of moester er 30.000 guldens aan diamanten voor betalen, hierdoor waren ze voorlopig gered voor deportatie.  Hier de brief van Louis aan zijn schoonzus Fie en dochter Hetty:

Brief van Louis van Moppes aan zijn schoonzus Sophia Zwitser.

R.dam 22/11/1942 Beste Fie en Hetty,  Ook bij mij is de slag gevallen, ik ben j.l. donderdagavond half twaalf van huis gehaald. Ik ben met alle diamant werkers naar de j.s. (Joodse Synagoge ?) overgebracht, en daar blijven wij. Wat mijn woning betreft, is direct in beslag genomen en al flink leeggehaald. Het is heel erg, maar daar is niets aan te doen. Ik heb nu mijn werkplaats op de diamantbeurs kamer 45. Verder zullen wij maar moeten afwachten. Groeten aan allen ook aan je david, jie toevs Louis. ( David was waarschijnlijk een hint naar Gerson de man van Fie die ondergedoken was).

Kaart van Louis van Moppes, uit de Joodse Raad cartotheek.

Uiteindelijk ging ook Louis met de laatste joodse diamant bewerkers  met het zogenaamde diamant-transport naar Westerbork en van daar op 19 mei 1944 naar  concentratiekamp Bergen-Belsen, maar werd vandaar weggevoerd naar Sachsenhausen waar hij overleed in januari 1945.  ( Link: Andere tijden-De diamanten voor de Duitsers).

 

Kranten advertenties uit 1922

-3.13. Gerson Minden, zoon van Hijman Salomon Minden en Saartje Salomon,  geboren in 1888 te Amsterdam, van beroep handelsreiziger, trouwde op drieendertig jarige leeftijd, in 1922 te Amsterdam met Sophia (Fie) Zwitser, van beroep diamantsnijdster,

Getrouwd 1922.

dochter van Abraham Zwitser en Jantje Dijkstra.  In 1942 had Sophia Zwitser haar dooppapieren laten vervalsen, waardoor zij en haar dochter Hetty,           ( geboren Velsen 11-7-1929) als niet-Joods werden geregistreerd, en was zij op 24 maart 1942 te Haarlem gescheiden van Gerson Minden.

Gescheiden 1942.Minden.

Zo konden ze blijven wonen in Haarlem. Hun huis was als verzegeld door de Duitsers, en dochter Hetty kon weer naar school. Gerzon Minden dook onder bij de familie Koogman in Beverwijk, en Sophia bracht regelmatig voedselbonnen naar Gerson.

Getrouwd 1946.

 

Na de oorlog waren Gerson Minden en Sophia Zwitser weer getrouwd. Gerson overleed  op 85-jarige leeftijd in Haarlem op 10 oktober 1974. Sophia Zwitser overleed op 83 jarige leeftijd te Heemstede op 23 november 1979.

Gerson Minden.

 

 

Gerson’s kleindochter Nora vertelde mij, “Mijn grootvader Gerson bleef na de oorlog als enig overgebleven kind van die grote familie Minden over. Ik heb mijn opa als kind nooit zien lachen. En later begreep ik precies waarom!”

-3.14. Josephina Minden, dochter geboren 21 januari 1891 te Amsterdam, van beroep huishoudster/dienstbode, overleden op 52 jarige leeftijd op 9 april 1943 te Sobibor.

Tot zover het trieste verhaal van de 14 kinderen van Hijman Salomon van Minden en Saartje Sara Salomon.   

 

 

Hoofdstuk 4, Estella, (Stella)  van Minden.

En zo zijn we dan eindelijk aangeland bij de vrouw, waar het in dit verhaal om draait, en waar ik in de inleiding al kort over schreef. Helaas ben ik nog niet in het bezit van een foto van haar, en kan ik dit verhaal niet verlichten met een stralend beeld van haar.

Geboorte acte van 21 april 1876.

-3.4. Estella, Stella, Minden, het vierde kind van Hijman Salomon van Minden en Sara Salomon werd geboren op 20 april 1876 aan de Kloveniersburgwal nummer 70 in Amsterdam.

Kloveniersburgwal 70, anno 2020.

Estella trouwde in 1898 op 22-jarige leeftijd met Joseph (Joé) de Jongh (-4.1.) . Joseph de Jongh was van beroep koopman en reiziger en zoon van Salomon de Jongh en Marianna Gompertz. Estella en Joseph kregen twee kinderen, een zoon en een dochter. De zoon, Hijman de Jongh, (-4.2.) was geboren te Haarlem in november 1898 en de dochter, Marianne de Jongh (-4.3.) werd geboren in  juni 1900 in Amsterdam.

Krantenadvertenties, 1897-98.

Estella de Jongh-Minden scheidde, 53 jaar oud na 31 jaar huwelijk  van Joseph de Jongh in mei 1929 te Amsterdam, (Joseph de Jongh overleed in oktober 1942 in Auschwitz, Polen).

Een jaar later in mei 1930 hertrouwde Estella met de uit Rotterdam afkomstige toneelspeler/acteur, en later handelsreiziger Bernard Tenthoff van Noorden, (-4.4), oud 53 jaar, zoon van Eduard Jan Tenthoff van Noorden en Johanna Sophia Hausmann. (verwandschap: de broer van Eduard Jan; Henri Christiaan Tenthof van Noorden, was de opa van mijn opa. Alle nakomelingen van Eduard Jan schreven Tenthoff met dubbel F, en alle nakomelingen van Henri Christiaan Tenthof met èèn F). Het huwelijk tussen Estella Tenthoff van Noorden-Minden en Bernard Tenthoff van Noorden duurde slechts twee jaren, Bernard overleed in de zomer van 1932 te Amsterdam.

Overlijdensacte Bernard Tenthoff van Noorden.

Van Estella weten we verder dat zij gedurende de oorlog woonachtig was aan de Zwanenburgwal nr 90-1 te Amsterdam, op de eerste etage woonde zij samen met de zussen Bertha Wolder-Barmes (1867-1942) en Kaatje Barmes (1862-1942).

Archief Amsterdam, gezinskaart Bernard Tenthoff van Noorden.

De massale deportaties begonnen in de zomer van 1942. Vanaf 14 juli 1942 werden Joden systematisch afgevoerd via Kamp Westerbork, zogenaamd om te gaan werken in een werkkamp in Duitsland of Polen als Arbeitseinsatz of werkverruiming. In het begin werden mensen aangeschreven met het bevel zich te melden. Er werd gedreigd dat wie niet kwam opdagen naar een concentratiekamp zou worden gestuurd. Later werden mensen niet meer opgeroepen, maar gelijk gearresteerd. Ook waren er massale nachtelijke razzia’s in Amsterdam-Zuid en Amsterdam-Centrum.

Estella is waarschijnlijk met een razzia opgepakt, en via de Schouwburg van Amsterdam werden de Joden  in speciale geblindeerde trams naar het Centraal Station vervoerd, waar de treinen klaar stonden voor de nachtelijke rit naar Kamp Westerbork. Estella kwam op 23 september 1942 aan in Kamp Westerbork, en werd van daar twee dagen later gedeporteerd, met de trein naar Auschwitz in Polen waar zij op 28 september 1942 is gestorven. Haar huisgenoten Bertha Wolder-Barmes en Kaatje Barmes kwamen ook op 28 september 1942 om in Auschwitz, dus met grote waarschijnlijkheid zijn ze gedrieën gereisd.

 Kaart  uit cartotheek Joodse Raad van Estella.

Van het Rode Kruis kreeg ik een copy van de Joodsche Raad-kaart van Estella, met de onderstaande informatie: Op de kaart staat rechts-boven de datum van haar registratie in Wersterbork: 23 september 1942. Linksboven staat de afkorting “o.A.” wat betekent dat zij geen oproeping (Aufruf) bij zich had. Dit zou kunnen betekenen dat zij tijdens een razzia is opgepakt (en zich niet zelf met de oproep heeft gemeld voor transport naar Westerbork). De datum van deportatie staat schuin op de kaart in rode letters: trp 25 september 1942. Uit het kaartje blijkt wel dat uw  familielid weduwe was, over de Nederlandse nationaliteit beschikte en niet godsdienstig was (‘geen godsd.’). Dat betekent dat zij niet bij een Joodse kerkgemeenschap was aangesloten, maar ook niet bij een christelijke. Voorts staat op de kaart de naam ‘Hellendall’ vermeld. Dat was een medewerker, Alfred Hellendall van de Joodse Raad in kamp Westerbork. Dat de Joodse Raad zich voor uw familielid heeft ingespannen, heeft wellicht te maken met het feit dat er mogelijkheden werden gezien om voor de deportatie te behoeden. Zij was immers, naar ik aanneem gemengd gehuwd (geweest), weduwe en geen belijdend lid van de Joodse gemeente. Uiteindelijk is de tijd echter te kort geweest om iets voor haar te kunnen bereiken.

Verder bestaat ook de mogelijkheid, dat de Joodse Raad zich extra voor Estella heeft ingespannen, omdat in het zelfde huis aan de Zwanerburgwal woonachtig was Simon Isaac van Bergen, die medewerker was van de Joodse Raad. De stempel “K” op de kaart duidde waarschijnlijk, dat er nog contact was geweest met de Joodse Raad in Amsterdam, maar dat het contact/verzoek hiermee was afgehandeld.

Hoofdstuk 5, De kinderen en kleinkinderen van Joé de Jongh en Estella de Jongh – van Minden.

-4.2.Estella’s zoon Hijman de Jongh, geboren in november 1898 te Haarlem was van beroep dagbladschrijver, hij trouwde in augustus 1920 te Amsterdam met de uit Antwerpen afkomstige Sophia Spiero,(-5.1.)  dochter van Nathan Spiero en Judith Bloemist. uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren:

John de Jongh (-5.2.) geboren mei 1921 te Amsterdam, hij studeerde voor tuinman, hij overleed in de ouderdom van 21 jaren op 30 september 1942 te Auschwitz in Polen.

Sonja de Jongh, (-5.3.) geboren juni 1927 in Monaco, zij overleed in de ouderdom van 16 jaar op 3 september 1943 te Auschwitz in Polen. (Over Sonja is er nog een CABR dossier over haar arrestatie in het Nationaal Archief, echter op dit moment niet te bekijken).

Nederlandsche Staatscourant 17-8-1929. (Moeder en Zoon scheidden op de zelfde dag, toeval ?).

Hijman de Jongh en Sophia Spiero scheiden te Amsterdam op 27 mei  1929, (Is dit toeval dat zowel moeder als zoon scheiden op exact de zelfde dag?).Ten tijde van de scheiding woonde Hijman de Jongh in Parijs, en Sophia Spiero met de kinderen in Brussel.  Sophia Spiero, overleed in de ouderdom van 42 jaar op 30 september 1942 te Auschwitz, Polen.  Hijman de Jongh overleed in december 1985 te Amsterdam.

Familie advertenties 1923-1925.

-4.3. Estella’s dochter, Marianne de Jongh, (-4.3) trouwde oud 24 jaar in  1924 te Amster-dam met de 24 jarige Meijer Max Wolder (-5.4.), de plechtigheid vond plaats in Artis aan de Plantage Middenlaan. Meijer Max Wolder was geboren te Amsterdam in mei 1900, van beroep reiziger in tabak , een familie traditie, en zoon van Mozes Wolder en Saartje van Baarle.  Marianne en Meijer Max kregen een zoon met de naam Maurits Wolder (-5.5.) ( ook genoemd Maud en Bob geboren 17 juni 1925 te Amsterdam).

Marianne de Jongh en Meijer Max Wolder scheidden na acht jaar huwelijk in juni 1932 te Amsterdam, de zeven jarige Maurits blijft bij zijn moeder in amsterdam, (Ruysstraat nr. 11 in Amsterdam-Oost), als beroep staat dan vermeld bij Marianne vermeld: pensionhoudster.

Meijer Max Wolder werd in de oorlog met behulp van de verzetsgroep Westland ondergebracht bij de familie Roskam, aan de Haagsteeg 3a te Wageningen. Bij de familie Roskam woonde vanaf 1942 zeven joodse onderduikers.

Het huis van de familie Roskam aan de Haagsteeg 3A.

Vader Roskam was conciërge van het gebouw van de Rijks-proeftuin aan de Haagsteeg, behorende bij de Landbouw hoge-school. Ook zat hij in de gemeenteraad van Wageningen en nam deel aan het onder-gronds verzet en had daardoor contact met dhr Baars van de Sigarenfabriek Victor Hugo in de Nude. Via hem kwam de reiziger in tabak Max Meijer Wolder bij de familie Roskam. De zorgen en de spanningen dat de familie Roskam iets zou over komen, als hij zou worden ontdekt, werden hem te veel, na een aantal vergeefse pogingen maakte hij op 14 februari 1943 een einde aan zijn leven. Door de verzetsgroep werd het lichaam ’s avonds opgehaald en in Nude achter de sigarenfabriek begraven. Na de oorlog werd hij herbegraven op het joodse gedeelte van de Algemene begraafplaats te Wageningen.  Maar wie had kunnen denken, dat hiermee nog niet alles over Max Meijer Wolder was gezegd of geschreven.  Zo’n zeventig jaar na zijn dood kwam er een keerpunt dan wel eerherstel voor zijn door weing mensen opgemerkt graf.  en kreeg zijn geschiedenis een onverwacht einde! Door bemiddeling van

Publikatie van de internetsite Wageningen 1940-1945.nl

Stichting Joods Erfgoed, werd in april 2015  in aanwezigheid van de heer en mevrouw Roskam alsnog een grafsteen op het graf van Max Meier Wolder  geplaatst. Iedere Joodse overledene heeft recht op een grafsteen, opdat hij/zij nooit vergeten wordt. De Stichting Joods Erfgoed Wageningen heeft om die reden alsnog een grafsteen laten maken.

Estella’s dochter, Marianne de Jongh, en haar zoon Maurits Wolder, woonde in 1940 in de Amsterdamse Ruyschstraat 11. Toen de jodenvervolging begon, werkte Maurits bij een bonthandelaar, een zekere meneer Sanders. Daar werden onder meer bontvesten gemaakt voor de Weermacht. De 17-jarige Maurits moest zich in de zomer van 1942 melden bij de Hollandsche Schouwburg, het Amsterdamse voorportaal voor deportatie, ( Hji kreeg de oproep op 17 juni, zijn verjaardag). Maar omdat hij bij Sanders voor de Duitse legertroepen had gewerkt, kreeg Maurits op een gegeven ogenblik te horen dat hij, met een ‘Sperstempel’ in zijn persoonsbewijs, terug mocht naar huis. Enige weken later kreeg Marianne de Jongh een oproep om zich te melden om naar Polen te gaan. Omdat Marianne haar zoon Maurits nog verzorgde, gingen ze samen naar de Euterpestraat in Amsterdam, daar zat de staf van de Duitsers die de transporten regelden en wilde zij proberen om vrijstelling van transport te krijgen. Ook Marianne kreeg een stempel in haar persoonsbewijs, maar terwijl ze daar binnen waren bemerkten ze dat er een rassia aan de gang was. Maurits haalde de “ster” stiekem van zijn jas, en Marianne hield haar tas voor de ster, en gelukkig konden ze via een achteruitgang ontsnapppen.

Via Maurits  zijn joodse overbuurman de heer de Vries wist Maurits een vervalst persoonsbewijs op naam van Bop Duyvis te bemachtigen. Daarmee bewoog hij zich door de stad, niet gehinderd door vrijheidsbeperkingen of een jodenster.

 

Totdat hij op 17 december 1942  ter hoogte van de Centuurbaan 366 werd aangehouden voor het kantoor van de Gestapo, omdat hij geen Jodenster droeg en  in het bezit was van een vervalst persoonsbewijs, zijn moeder Marianne werd ook van huis gehaald, en na ondervraging op het hoofdbureau van politie aan de Kinkerstraat werden ze overgebracht naar de strafgevangenis aan de Amstelveenseweg. Daar werden de mannen gescheiden van de vrouwen ………….  daarna heeft Maurits zijn moeder nooit meer gezien……………….

Kaart van cartotheek Joodse Raad van Marianne de Jongh.

 

Marianne Wolder – de Jongh werd  twee weken later, op 7 januari  overgebracht van de strafgevangenis in Amsterdam naar kamp Vucht, en 3 maanden later , op 31 maart ging zij met 230 personen van kamp Vucht naar kamp Westerbork. Op 6 april ging zij hier vandaan met 2016 personen op transport naar Sobibor. Op 9 april 1943 is zij omgekomen in Sobibor, Marianne de Jong is dan 42 jaar oud.

 

Zoon Maurits ging in de nacht van 8 op 9 januari 1943  met een groep van 500 personen op transport naar kamp Westerbork, Na registratie werd Maurits naar barak 85 gebracht. De barak diende op dat moment als een doorgangsbarak, dit hield in dat de net aangekomen personen met de eerste de beste trein werden doorgestuurd.

Dit overkwam ook Maurits. Samen met zijn vriend Juda Toff, een 28 jarige tandtechnicus die hij in de cel in Amsterdam had leren kennen,  en die gezegd had, dat hij alles zou proberen om te vluchten, gingen ze in de nacht van 10 op 11 januari met de trein op transport. Deze bestond uit normale rijtuigen, vijftien in totaal. Maurits en Juda kwamen in wagon 13 terecht. De eindbestemming? Vernietigingskamp Auschwitz. Na uren wachten en controles vertrok de trein.

Juda werd als wagonleider benoemd. Hij en Maurits besloten uit de trein te ontsnappen. Juda ging als eerste, hij maakte een sprong toen de trein een behoorlijke vaart had. Zijn vluchtpoging werd niet ontdekt, omdat de bewakers in rijtuig 11 zaten. Maurits vond de sprong nog te link.

Hij ontdekte bovendien dat zijn ster nog op zijn jas zat. Iemand in de wagon hielp hem deze eraf te halen met een schaar. Toen de ster was verwijderd en Maurits besloot te springen, verminderde de trein al vaart. Maurits liet zich zakken. Hij was bang door de trein te worden meegesleurd. De trein stopte vrijwel op het zelfde moment. Maurits wist niet waarom. Bewakers van de Grüne Polizei sprongen uit de treinwagon en liepen rond. Maurits had zich snel  achter een wiel van een van de wagons verborgen. De trein was gestopt voor een rood sein bij het emplacement van Onnen-Haren,  Op het moment dat de trein weer in beweging kwam richting Winschoten, Nieuweschans en richting grens drukte Maurits zich plat op de grond uit angst meegesleurd te worden door de trein. Toen de trein eenmaal uit zicht was, slaakte hij een zucht van verlichting , hij was vrij!  Maurits ging op zoek naar hulp. Hij trof een boer, die hem eten en geld gaf voor een treinkaartje naar Amsterdam. Maurits reisde met de bus naar Groningen, en van daar naar Amsterdam. Dankzij het voormalige dienstmeisje van zijn ouders, Annie Voerman, belandde hij vervolgens bij de verzetsman Müller. Op 23 januari 1943 bracht Müller de 17-jarige Maurits naar kennissen in Zaandam, Henricus en Welmoet van der Molen. Henricus was inkoper bij een levensmiddelenbedrijf. Pas op de plaats van bestemming aangekomen, vertelde Müller dat Maurits Jood was. Het verblijf bij de Van der Molens op de Prins Hendrikkade 90a zou tijdelijk zijn. Müller ging namelijk op zoek naar reisdocumenten waarmee Maurits  het land zou kunnen verlaten.  De Duitsers ontdekten echter de illegale werkzaamheden van Müller, waardoor Maurits noodgedwongen tot aan de bevrijding bij Henricus en Welmoet en hun 3-jarige dochter bleef.  Onder de naam Bob werd hij als lid van de familie opgenomen, het bleven voor hem altijd Oom en Tante.

Maar de familie leefde onder voortdurende angst dat ze verraden zouden worden.  Jaren later, op 5 februari 1985 werden Henricus van der Molen en zijn vrouw Welmoet door Yad Vashem, uit naam van de staat Israel geëerd met de onderscheiding ” The Righteous Among The Nations”, voor hun hulp en verzorging van Maurits Wolder , met gevaar voor eigen leven.

Juda Arnold Toff 31 mei 1914 – 16 maart 1945 copyright Yad Vashem, Jerusalem.

 

Juda Toff was ook ondergedoken, maar werd anderhalf jaar later alsnog opgepakt. Met de trein van 3 september 1944 werd hij vanuit Westerbork voor de tweede keer doorgestuurd. De eindbestemming was opnieuw Auschwitz. Ontsnappen vanuit een veewagon was deze keer moeilijker, maar misschien was de werkelijke reden, dat hij bij zijn vrouw Cato Toff-Neeter wilde blijven. Ook zij zat in de trein. Beiden overleefde de oorlog niet, Cato stierf op 29 oktober 1944 in Auschwitz,  Juda Arnold Toff werd op 16 maart 1945 vermoord bij het extern kommando Ebensee, hij was toen 30 jaar oud. (een kind van hen overleefde de oorlog wel).

 

Maurits Wolder op latere leeftijd.

In het kader van het Spielberg project, is het  vlucht verhaal van Maurits nog een keer opgetekend,  een deel was veel te emotioneel, en bleef ver weggestopt in zijn hart.

Maurits trouwde met Tonny Harteman en kreeg twee kinderen. Maurits Wolder overleed te Heemstede  in 2003, zijn vrouw  overleed in 2013.

Met 97 transporten vanuit kamp Westerbork werden 107.000 mensen gedeporteerd, waarvan 85.000 mensen uit Amsterdam , slechts circa 5000 gedeporteerden overleefden de oorlog.

Tot zover het verhaal van Estella Tenthoff van Noorden -Minden en haar joodse familie. Ter nagedachtenis dat zij niet worden vergeten.

Gedicht:

“De mensen van voorbij, wij noemen ze hier samen.                                 De mensen van voorbij, wij noemen ze bij namen.                                      De mensen van voorbij, zij blijven met ons leven.                                        De mensen van voorbij, ze zijn met ons verweven,

in liefde, in verhalen, die wij zo graag herhalen,                                              in bloemengeuren, in een lied, dat opklinkt uit verdriet.                         De mensen van voorbij, zij worden niet vergeten,                                     De mensen van voorbij zijn in een ander weten.

Bij God mogen ze wonen, daar waar geen pijn kan komen. De mensen van voorbij, zijn in het licht, zijn vrij.”

Deel uit een gedicht van Hanna Lam.

 

Bijlagen, bronvermeldingen en links:

Genealogische data ‘Van Minden’.

 

Notes bij hoofdstuk 1.

1) Salomon Hijman van Minden, geboren Amsterdam op 11 april 1819, zoon van Hijman Salomon van Minden en Betje Meijer Peeper. Hij was sigarenmaker van beroep, getrouwd met Sara Salomon Goudsmit (4) in Amsterdam op 29 november 1837. Hij overleed te Amsterdam op 2 juli 1869.

Bevolkingsregister Amsterdam 1851-1853 St.Antonie Breestraat C-77.

2) Hijman Salomon van Minden, (ook geschreven Heijman Salomon), geboren Amsterdam in 1774, van beroep oude klerenkoper, overleden te Amsterdam op 13 augustus 1839.  Hij was een zoon van Salomon van Minden en Roosje Hijman. Hij huwde in Amsterdam in 1797 met Sara Isaac, na het overlijden van Sara Isaac in 1807, hertrouwd hij in Amsterdam in 1809 met Betje Meijer Peeper (3).

3) Betje Meijer Peeper, geboren Amsterdam in 1786 , trouwde in 1809 met Hijman Salomon van Minden (2),  overleed te Amsterdam op 7 december 1846. Zij was een dochter van Meijer Abraham Pfeffer en Grietje Hartog Kijl.

4) Sara Salomon Goudsmit, gedoopt Amsterdam 12 april 1818, dochter van Salomon Nehemias Goudsmit en Mijntje Meijer Peper. Zij was van beroep pettenmaakster, en trouwde te Amsterdam op 29 november 1837 met Salomon Hijman van Minden (1). Nadat Salomon Hijman van Minden in 1869 is overleden, hertrouwd zij te Amsterdam op 7 december 1875 met Salomon Abraham Kok. Sara Salomon Goudsmit overleed te Amsterdam op 1 januari 1890.

5) Ester van Minden, dochter van Salomon Hijman van Minden (1) en Sara Salomon Goudsmit (4), geboren in Amsterdam op 14 mei 1842, overleden aldaar op 8 juni 1863.

6) Hijman Salomon Minden, zoon van Salomon Hijman van Minden (1) en Sara Salomon Goudsmit (4), geboren in Amsterdam op 11 mei 1844, overleden Amsterdam 17 oktober 1911. Hij was gehuwd te Utrecht op 1 september 1870 met Saartje Salomon (13).

7) Nehemias van Minden, zoon van Salomon Hijman van Minden (1) en Sara Salomon Goudsmit (4), geboren in Amsterdam op 18 juni 1846, overleden aldaar op 21 juni 1898, hij bleef ongehuwd.

8) Elisabeth van Minden, dochter van Salomon Hijman van Minden (1) en Sara Salomon Goudsmit (4), geboren in Amsterdam op 9 juli 1848, overleden aldaar op 17 februari 1925. Zij huwde te Amsterdam op 18 juni 1868 met Hartog Blitz, koopman van beroep, en zoon van Levie Wolf Blitz en Sara Marcus Grijsaard.

9) Gerson (Gerrit)  van Minden, zoon van Salomon Hijman van Minden (1) en Sara Salomon Goudsmit (4), geboren in Amsterdam op 7 oktober 1850,  van beroep handelaar in sigaren, overleden aldaar op 9 juli 1927. Hij huwde te Parijs op 11 november 1880 met Naatje van Amerongen, dochter van Wolf Barend van Amerongen en Rebecca Vedder. Het huwelijk werd te Amsterdam ingeschreven op 30 december 1880, acte nummer 2537.

Ingeschreven Huwelijksacte 2537 van 30 december 1880,image 405/407 film 004559835 FamilySearch.

10) Joë  van Minden, zoon van Salomon Hijman van Minden (1) en Sara Salomon Goudsmit (4), geboren in Amsterdam op 26 januari 1853, van beroep commissionair, gehuwd te Chicago USA op 25 juli 1879 met Auguste Mannasse (geboren New York op 19 mei 1949). Tussen mei 1886 en november 1886 stonden beide ingeschreven in het bevolkingsregister van Amsterdam, en in november 1886 gaan beide weer terug naar New York.

11) Meijer van Minden, zoon van Salomon Hijman van Minden (1) en Sara Salomon Goudsmit (4), geboren in Amsterdam op 14 oktober 1855. In 1879 een vennootschap aangegaan met zijn broer Gerson Minden (9) in de handel in sigaren, in juli 1882 uitgeschreven uit het bevolkingsregister van Amsterdam.

12) Salomon Abraham Kok, geboren Amsterdam april 1811, zoon van Abraham Salomon Kok en Betje Salomon, (huwelijksbijlagen image 46, film 004696836 FamilySearch). van beroep sjouwer, winkelier en kashouder in goud en zilver. Gehuwd te Amsterdam op 1 april 1831 met Schoontje Huisman, na het overlijden van Schoontje Huisman in 1869, hertrouwd te Amsterdam op 7 december 1875 met Sara Salomon Goudsmit (4). Salomon Abraham Kok overleed te Amsterdam op 7 december 1879.

Familie advertenties betreffende Salomon Abraham Kok.

13) Saartje, Sara Salomon, geboren in Utrecht op 11 januari 1850, overleden in Amsterdam op 8 april 1929, dochter van Nathan Manus Salomon (14) en Aaltje Markus Nathan (15). Zij huwde te Utrecht op 1 september 1870 met Hijman Salomon Minden (6).

14) Nathan Manus Salomon, geboren te Utrecht op 10 augustus 1817, zoon van Manus Salomon en Engel Davids. Nathan was van beroep koopman, en trouwde te Utrecht op 9 december 1840 met Aaltje Markus Nathan (15). Na het overlijden van Aaltje hertrouwd Nathan te Utrecht op 10 januari 1855 met Esther Levie Peper. Nathan overleed te Amsterdam op 1 mei 1884, (acte 3794).

Nathan kreeg van de krijgsraad gedurende zijn diensttijd in 1839, 8 maanden gevangenisstraf voor bedriegerijen, (huwelijksbijlagen acte 379, image 584, film004736411 FamilySearch).

15) Aaltje Markus Nathan, geboren te Utrecht in november 1807, dochter van Markus Nathan en Rebekka Karper, van beroep naaister. Gehuwd te Utrecht op 9 december 1840 met Nathan Manus Salomon (14). Aaltje overleed te Utrecht op 29 november 1852 (18 dagen na de geboorte van een levensloos kind).

Notes bij hoofdstuk 2.

16) Willem Binger, noemde zich ook Willem Marcus of Wolf Marcus Binger, hij was geboren in Amsterdam op 3 november1838, en was een zoon van de boekhouder Marcus Hijman Binger en Selly de Jongh, hij was het elfde kind in een gezin van totaal twaalf kinderen. Willem Binger werd advocaat en makelaar in tabak en sigaren, hij trouwde te Amsterdam op 30 maart 1875, op 36 jarige leeftijd met de 23 jarige Juliette Cosman, dochter van de diamantslijper Marc Cosman uit Cleve in Pruissen, en van zijn vrouw Ester Cosman, (Juliette was geboren te Amsterdam op 7 december 1851).

Sarphatistraat nr 9 te Amsterdam, (anno 2020).

 

Het gezin van Willem en Juliette kreeg zes kinderen, 4 dochters en twee zonen, een zoon stierf na vijf maanden de andere stierf op 29 jarige leeftijd. Het ging de familie Binger voor de wind, van 1875 tot 1879 woonde het gezin aan de Prinsengracht nummer 1095, en vanaf 1879 aan de Sarphatistraat nummer 9.

Waren Willem en Juliette lastig voor hun dienstbodes, of wisselde men in die tijd vaak van werkgever, in ieder geval hadden zij tussen 1879 en 1884, 21 dienstbodes in dienst, de kortste was 2 maanden in dienst, de langste 2 jaar.  Gemiddeld waren er altijd zo’n 4 dienstbodes, meisjes van rond de 20 jaar, in dienst. Tevens was er een kinderjuffrouw of gouvernante. (gegevens uit het bevolkingsregister van Amsterdam).

Advertenties betrefffende Willem Binger en Juliette Cosman.

Willem Binger overleed te Amsterdam op 18 september 1905, in de ouderdom van 67 jaar, Juliette Cosman overleed te Amsterdam op 26 juni 1922, in de ouderdom van 70 jaar.

 

 

 

17) Heijman Herschel was geboren te Amersfoort op 7 januari 1846, hij was de jongste zoon uit een gezin van twee dochters, Mariana en Sophia en vier zoons,  Abraham Benjamin, hij stierf na 11 dagen, Lodewijk Benjamin, hij stierf na 8 maanden, nog een Abraham Benjamin en Heijman. Zijn ouders waren Benjamin Eleazer Herschel, koopman, en lid van de Gemeenteraad van Amersfoort, en Naatje Schaap. Toen Heijman drie jaar oud was, stierf zijn moeder, in de ouderdom van 43 jaar op 6 juli 1849 te Amersfoort. Heijman’s vader, 54 jaar oud,  hertrouwde  te Amersfoort, op 29 mei 1856 met de 40 jarige Sara Aron (Selly) Nova, dochter van Aron Hartog Nova en Neeltje Meijer.

Heijman Herschel werd makelaar van beroep vertrok in juni 1876 naar Oost-Indië, en kwam in januari 1879 weer terug naar Amersfoort, twee maanden later verhuisde hij naar Amsterdam, en begon met Willem Binger een vennootschap, BINGER & HERSCHEL  makelaars in tabak, aan de Brakke Grond, Hij trouwde te Amersfoort op 21 juli 1880, in de ouderdom van 34 jaar, met de 23 jarige Mietje Schaap, geboren Amersfoort, 21 september 1857 en dochter van Levi Abraham Schaap en Grietje Kalker.

De vennootschap BINGER & HERSCHEL , duurde 20 jaar, en leek goed te floreeren, verhuisde men eerst naar de Paleisstraat nr 6, later om de hoek naar het Rokin 47 en weer later naar Rokin 85. Maar de vennootschap  ging in 1899 failliet zoals in hoofdstuk twee omschreven.

MS Noordam, Holland America Line.

Waarschijnlijk om in rustiger vaarwater te komen emigreerden Heijman Herschel en Mietje Schaap naar New York in de USA. In 1906 waren beiden even terug in Nederland , en ook in 1908 toen hun dochter Johanna Marie trouwde. We komen het echtpaar tegen op de passagierslijsten van het schip de Noorddam,  op de internetsite van The Statua of Liberty & Ellis Island.org:  Mr and Mss H. Herschel, tabaccobrooker, going home,  living in New York, Waterstreet 136 New York.

Notes bij Hoofdstuk 3.

-3.1. Aaltje Minden, dochter van Hijman Salomon Minden en Sara Salomon, geboren 11 september 1871 te Amsterdam, (Amsterdam, geboorten 1871, volume 4 pag .85). Aaltje Minden overleden Watergraafsmeer op 5 juli 1919, (Overlijdens watergraafsmeer, 1919 acte 79).

-3.2. Salomon Hijman Minden, zoon van Hijman Salomon Minden en Sara Salomon, geboren 19 september 1872 te Amsterdam, (Amsterdam, geboorten 1872, volume 6, pagina 160). Geregistreerd in de Militieregisters, archief Amsterdam 4346, pagina 203, registratie 28 maart 1892, aangegeven tot de dienst. Salomon Hijman vertrok op 21 mei 1917 naar Zuid-Afrika, (verder niet kunnen achterhalen).

-3.3. Nathan Minden, zoon van Hijman Salomon Minden en Sara Salomon, geboren 9 mei 1874 in Amsterdam, (Amsterdam, geboorten volume 2, pagina 191). Overleden op 64 jarige leeftijd, in het Johannes de Deo ziekenhuis  aan de Maerten van Heemkerckstraat 2 te Haarlem op 31 augustus 1938, (Haarlem, overlijdens 1938, pagina 154, acte 1041, tevens aangegeven in zijn woonplaats Zandvoort op 10-10-1938 pagina 19 acte 72). Nathan was van beroep kantoorbediende, in 1893 probeerde hij aan zijn oproep voor militaire dienst te ontlopen?  Als reden was opgegeven, licht gebrekkig, op 3 januari 1894 doet de militieraad uitspraak, en staat er vermeld, afgevoerd?  Uiteindelijk vind hij een plaatsvervanger in de persoon van Frederik Maurits Herk.  Nathan Minden trouwde te Amsterdam op 10 mei 1906,  met Charlotta Antonia Spaarenberg, dochter van Hermanus Antonij Spaarenberg en Adelheide Helberg, geboren te Amsterdam 21 januari 1883,(Amsterdam, geboorten 1883, volume 1, pagina 141, acte 838), overleden oud 51 jaar,  te Zandvoort 28 februari 1934, (Zandvoort overlijdens 1934 pagina 6, acte 20).

-3.4. Estella (Stella) Minden, geboren 20 april 1876 te Amsterdam, (bevolkingsregister Amsterdam), zij trouwde op 3 augustus 1898 te Amsterdam met Joseph de Jongh. Estella Minden scheidde van Joseph de Jongh op 27 mei 1929 te Amsterdam. Zij trouwde 30 mei 1930 te Amsterdam met Bernard Tenthoff van Noorden. Estella overleed 28 september 1942 te Auschwitz in Polen.

-3.5. Nehemias Minden, zoon van Hijman Salomon Minden en Sara Salomon, geboren te Amsterdam op 5 maart 1878, (Geboorten Amsterdam 1878, pagina 123, acte 1935). In de Militie registers staat vermeld, Nehemias Minden, tabakshandelaar, 20 december 1897 aangewezen, plaatsvervanger Hendrik Ferwerda, (Militieregisters archief Amsterdam archief 5182, inv.nr4358) Nehemias Minden vertrok 3 januari 1910 naar Londen, (bron bevolkingsregister Amsterdam, archief nr 5008, inv. nr.223, periode 1900-1921, pagina 105). Waarschijnlijk overleed hij rond mei 1945,  ik kwam een Nehemias Minden, age 67, born 1878 tegen in het Death Register Index van Engeland en Wales 1837-2007, overleden april/mei/juni 1945 district Hendon, county Middlesex. UK, nadere gegevens opgevraagd.

-3.6. Rebecca Minden,  dochter van Hijman Salomon Minden en Sara Salomon, geboren 24 januari 1880 te Amsterdam, (geboorten Amsterdam 1880, pagina 133, acte 797).  Rebecca Minden is overleden op 64 jarige leeftijd op 6 september 1944 te Auschwitz, Polen, (Burgelijke stand Rotterdam, registratie overlijden 1952 acte 318). Zij huwde op 21 april 1909 te Amsterdam, (huwelijken Amsterdam reg.2B folio 11V acte 212), met Joseph Matthijs Wolf, zoon van Meier Wolf en Sophia Roodenburg, geboren Amsterdam 16 april 1878, (geboorten Amsterdam 1878 pagina 136, acte 3212). Joseph Matthijs Wolf overleefde de Tweede Wereldoorlog en hertrouwde met Carolina Bekkers, Hij overleed 73 jaar oud, op 10 juli 1951 te Bloemendaal, (overlijden Bloemendaal 1951 acte 171).

-3.6A Sophia Sara, (Fie) Wolf, geboren Watergraafsmeer 20 maart 1910, (familieadvertenties CBG.nl). Zij trouwde 5 november 1936 te Rotterdam, (Rotterdam, Huwelijksregister 1936, acte 4595), met Abraham, (Bram) Noach, zoon van Samuel, Sam Noach en Bela Velleman. Abraham Noach was geboren te Zutphen 31 januari 1908, (geboorten Zutphen 1908, acte 44). Sophia Sara Wolf overleed te Auschwitz op 30 september 1944, (registratie overlijden Rotterdam 1952 acte 312). Abraham Noach ging 28 oktober 1944 van Auschwitz naar kamp Stutthof bij Dantzig en overleed hier op 21 december 1944, (bron Joodsmonument.nl).

-3.6B. Hermina Sara Wolf, van beroep huishoudster, geboren Watergraafsmeer  op 16 december 1912, overleden vernietigings-kamp Sobibor, Polen op 21 mei 1943 in de ouderdom van 30 jaar, (bron Joodsmonument.nl, registratie overlijden Rotterdam 1950, acte 912).  Abraham Alfred de Leeuw geboren Nijmegen 7 maart 1915, zoon van Arie de Leeuw en Judith Gotlieb. Verloofd 23 maart 1941, tijdelijk adres Driebergen Traay 246 (bron, familieadvertenties CBG.nl). Abraham de Leeuw overleed te Sobibor op 9 juli 1943, (bron: Joodsmonument.nl).

-3.6C. Seraphina Rebecca Wolf, geboren Watergraafsmeer, 20 december 1914 (Bron Joodsmonument.nl), zij trouwde te Rotterdam op 8 december 1938 met Hijman van Moppes, (Rotterdam Huwelijken 1938 acte 5413) Hijman van Moppes zie onder note 3.12.  Zij kregen een kind, Margaretha Rebecca van Moppes, geboren Amsterdam 7 juli 1940. Moeder en dochter kwamen om in Auschwitz op 6 september 1944.

-3.7. Elisabeth Minden, geboren 3 oktober 1881 te Amsterdam,           Overleden, oud 1 jaar, op 11 januari 1883 te Amsterdam, ( bevolkingsregister Amsterdam 1874-1893 archief nr 5000, inv nr 1547).

-3.8. Emanuël Minden, geboren 14 september 1883 Amsterdam, (bevolkingsregister Amsterdam), van beroep, koopman, reizeiger in tabak, vrijgesteld van militaire dienst door broederdienst, (militie-registers Amsterdam 11 dec 1902 nr 1025). Overleden 17 september 1942 te Auschwitz op 59 jarige leeftijd, (Joodsmonument.nl). Emanuël was gehuwd te Zandvoort op 12 december 1922 met Johanna Maria Vosse, zij was geboren te Zandvoort op 2 juli 1889, en dochter van Wouter Vosse en Maria Jacoba Joseph, (Noordhollandsarchief, Zandvoort, geboorte-acte 1889 no 48). Johanna Maria Vosse en een kind overleefde de oorlog.

-3.9. Elisabeth Minden, geboren 14 september 1883 te Amsterdam, overleden 7 april 1885 te Amsterdam, (bevolkingsregister Amsterdam 1874-1893).

-3.10. Marianne Minden, geboren 30 september 1884 te Amsterdam, overleden 6 juni 1885 te Amsterdam, (bevolkingsregister Amsterdam 1874-1893).

-3.11. Anna Minden, geboren 31 december 1885 te Amsterdam, (bevolkingsregister Amsterdam), overleden op 57 jarige leeftijd op 5 februari 1943 te Auschwitz, Polen, (Archiefkaart, gem.archief Amsterdam). Anna was gehuwd te Watergraafsmeer op 4 april 1911 met Hartog Levee, geboren Amsterdam 4 maart 1874 als zoon van Jacob Hartog Levee en Frederika Hijmans, Hartog Levee was van beroep commissionair, (bevolkingsregister Amsterdam) hij overleed op 60 jarige leeftijd op 24 januari 1935 te Haarlem, (Noord Hollands archief, Haarlem overledenen 1935, acte 112).

Anna en Hartog hadden vier kinderen:

1. Frederik Jacques Levee, geboren Amsterdam 12 januari 1912, (archief Amsterdam) en overleed op 6 november 1915 te Zandvoort, (Noord Hollands archief, overledenen 1915 Zandvoort acte 55).

2. Henri Johan Levee, geboren 8 februari 1913 te Amsterdam, en

3. Richard Felix Levee, geboren 2 augustus 1918 te Amsterdam overleefden de oorlog.

4. Frederika Jacqueline Levee, geboren 17 juni 1917 te Amsterdam, overleed 30 september 1942 te Auschwitz, (archiefkaart, archief Amsterdam).

3.12 Margaretha Minden, geboren Amsterdam 3 juni 1887, (bevolkings register Amsterdam), overleden op 53 jarige leeftijd op 28 oktober 1940 te Amsterdam, (CBG.Fam.advertenties), Margaretha was gehuwd te Amsterdam op 1 juli 1909, (Noord Hollands Archief, BS Huwelijk 1909 Reg 6D-Fol.23v). Met Louis van Moppes, geboren Amsterdam 5 juli 1888 (bevolkingsregister Amsterdam) van beroep diamantklover, zoon van Aäron van Moppes en Sara Cohen. Louis van Moppes overleed in kamp Sachsenhausen op 31 januari 1945 (Joodsmonument.nl).

Margaretha Minden en Louis van Moppes hadden drie zoons.

Aäron van Moppes, geboren watergraafsmeer 28 april 1910, overleden 32 jaar oud op 25 januari 1943 te Auschwitz, (Joodsmonument.nl).

Lidmaatschapskaart van de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond

Hijman van Moppes, geboren Watergraafsmeer 1 juni 1912, van beroep handels bediende, overleden 32 jaar oud, midden Europa 9 mei 1945, (Joodsmonument.nl). Gehuwd met Seraphina Rebecca Wolf, te Rotterdam op 8 december 1938, (Rotterdam Huwelijken 1938 acte 5413)

Lidmaatschapskaart van de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond

 

Max van Moppes, geboren Amsterdam 28 november 1918, van beroep tekenaar, vanaf december 1936 was hij werkzaam bij van Asselt & Coronel aan de Nieuwe Achtergracht als leerling diamantbewerker. Max overleed, 22 jaar oud te kamp Mauthausen  op 28 augustus 1941, (Joodsmonument.nl).

Leerlingenkaart, Max was vanaf december 1936 werkzaam bij Van Asselt & Coronel aan de Nieuwe Achtergracht, als leerling diamantbewerker.

 

 

Copy uit Gedenkboek Mauthausen.

3.13 Gerson Minden, geboren Amsterdam 14 november 1888, (bevolkingsregister Amsterdam) van beroep handelsreiziger, overleden na een kort ziekbed in het ziekenhuis te Haarlem op 10 oktober 1974. (Joodsmonument.nl). Gehuwd  op 26 oktober 1922 te Amsterdam, met Sophia Zwitser, geboren 9 februari 1896 te Amsterdam, dochter van Abraham Zwitser en Jantje Dijkstra. Gescheiden Haarlem, 24 maart 1942, weer getrouwd te Haarlem 20 maart 1946, (Joodsmonument). Gerson en Sophia hadden een dochter Hetty, geboren 11 juli 1929 te Velsen. (Joodsmonument.nl)

3.14 Josephina Minden, geboren Amsterdam 21 januari 1891, van beroep huishoudster, overleden op 52 jarige leeftijd te Sobibor 9 april 1943, (Bevolkingsregister Amsterdam en Joodsmonument).

Notes bij Hoofdstuk 4

4.1. Joseph Joe de Jongh, geboren Amsterdam 24 december 1876, zoon van Salomon de Jongh en Marianna Gompertz, van beroep was hij koopman/reiziger, (burgelijke stand Amsterdam),hij  overleed 65 jaar oud, 15 oktober 1942 te Auschwitz. Joseph was gehuwd met Estella Minden vanaf 3 augustus 1898 t/m 27 mei 1929. ( Joodsmonument.nl)

4.2. Hijman de Jongh, zoon van Estella Minden en Joseph de Jongh, geboren 3 november 1898 te Haarlem, (Burgelijke Stand Haarlem, geboorten, acte nummer 1619), van beroep dagblad schrijver, hij trouwde 3 augustus 1920 te Amsterdam met Sophia Spiero, hij scheidde van Sophia  Spiero 30 juli 1929 te Amsterdam. Hijman de Jongh hertrouwd 8 juli 1939 te Hammersmit in Groot Brittannië met Blanche Marie Brouillon (geboren 28 maart 1905 te Sommeville in Frankrijk. (CBG.nl en Wiewaswie.nl)

4.3. Marianne de Jongh, dochter van Estella Minden en Joseph de Jongh, geboren 7 juni 1900 te Amsterdam, huwde op 16 september 1924 met Meijer Max Wolder (BS Huwelijk Noord Hollands Archief, acte nr.Reg.6F vol 13. ) Scheiding na acht jaar huwelijk  op 9 september 1932 te Amsterdam, ( BS Huwelijk Noord Hollands Archief, acte nr Reg 1B vol.4). Marianne de Jongh overleed op 9 april 1943 te Sobibor. (Joodsmonument.nl).

4.4. Bernard Tenthoff van Noorden, geboren 26 juni 1876 te Rotterdam, zoon van Eduard Jan Tenthoff van Noorden en Johanna Sophia Hausmann, (Bevolkingsregister Rotterdam). Van beroep toneelspeler/acteur, en later handelsreiziger. Hij trouwde met Lena den Braber te Rotterdam op 27 maart 1912.  Hij scheidde van Lena den Braber 11 november 1913.(Rotterdam Huwelijken 1913 pagina s108). Hij trouwde met Estella Minden op 30 mei 1930 te Amsterdam. (BS Amsterdam 1930 acte Reg 8c fol 10). Bernard overleed te Amsterdam op 9 juli 1932, (CBG.nl).

Notes bij Hoofdstuk 5

5.1. Sophia Spiero, geboren 9 januari 1900 te Antwerpen, dochter van Nathan Spiero en Judith Bloemist. (Genver.nl).  trouwde op 3 augustus 1920 te Amsterdam met Hijman de Jongh (BS Amsterdam Huwelijken 1920 acte Reg. 4F fol 48v). Scheiding vond plaats Amstyerdam 30 juli 1929. Sophia Spiero overleed oud 42 jaar op 30 september 1942 te Auschwitz.

5.2. John de Jongh, geboren Amsterdam 12 mei 1921 zoon van Hijman de Jongh en Sophia Spiero. Hij studeerde voor tuinman, overleden oud 21 jaar op 30 september 1942 te Auschwitz, (Joodsmonument.nl)

5.3. Sonja de Jongh, geboren 16 juni 1927 te Monaco, dochter van Hijman de Jongh en Sophia Spiero, overleden oud 16 jaar, op 3 september 1943 te Auschwitz. (Joodsmonument .nl).

5.4. Max Meijer Wolder, geboren Amsterdam 23 mei 1900 als zoon van Mozes Wolder en Saartje van Baarle.  Hij was van beroep  reiziger in tabak. Hij huwde op 16 september 1924 te Amsterdam met Marianne de Jongh (BS Amsterdam Reg.6F fol.13).Scheiding na acht jaar huwelijk  op 9 september 1932 te Amsterdam, ( BS Huwelijk Noord Hollands Archief, acte nr Reg 1B vol.4). Max  Meijer Wolder overleed , in de ouderdom van 42 jaar, 14 februari 1943 te Wageningen, (BS Overlijden Wageningen 12-4-1946, acte 61).

5.5. Maurtis (Maud , Bob)Wolder, geboren Amsterdam 17 juni 1925 te Amsterdam, zoon van Meijer Max Wolder en Marianne de Jongh, overleden te Heemstede 26 augustus 2003, Hij was getrouwd met Teuntje (Tonny)  Harteman geboren 23 september 1921 te Lienden, overleden 11 juni 2013 (Advertenties Haarlems dagblad).

Gebruikte bronnen:
Verhalen van nabestaanden van de famile Minden en de familie Wolder.
Links:
Boek geschreven door Sam de Visser over Sam Noach.

Het boek over Sam Noach, “DE MAN VAN DEVENTER” is verkrijgbaar bij de Stichting Industrieel Erfgoed Deventer, Pothoofd 121, 411 BK Deventer, e-mail:  info@sied.nl, website: www.sied.nl.

CBG. Centrum voor familie geschiedenis.
Joods Monument.nl
Joods Amsterdam.nl
Joods Cultureel kwartier
Steven Spielberg project, tweeduizend getuigen vertellen.
Delpher kranten database
De sprong van Maurits Wolder – Kamp Westerbork
Open Joodse Huizen Haagsteeg 3A Wageningen
Joodsmonument zaanstreek Maurits Wolder
Joodse personen in Nederland
Yad Vashem
Oorlogsgravenstichting
Digitaal Monument Joodse gemeenschap in Nederland
Dutch Jewish Genealogical Data Base Akevoth
Nationaal Holocaust Namenmonument

Ashkenazi Amsterdam in the Eighteenth Century

Dit is een voorlopige lijst van de Ashkenazische Joodse inwoners van Amsterdam in de achttiende eeuw, welke werd voorbereid door Moshe Mossel in Jeruzalem en bevat de door hem veronderstelde familierelaties. Het bevat ongeveer tweederde van de totale  gemeenschap en wordt nog steeds bijgewerkt.

Begraven-verloven vanaf 1834 tot 1954

Diemen, Muiderberg en Zeeburg. Register der begraafsverloven van het kerkbestuur (N.I.H.S) voor het doodgraverscollege tot het begraven op een Joodse begraafplaats.

Beth-Haim

Begraafkaarten van de Portugees Israelitiesche Gemeente Amsterdam te Ouderkerk a/d Amstel. Op de uitgebreide begraafkaarten staan veelal complete gezinnen vermeld.

Bevolkingsregister

van de in Amsterdam wonende Joden over de periode 1851 – 1853 soms bijgehouden tot in 1855, gedeeltelijk (supplementdelen) zelfs tot  in 1864.
De gegevens zijn ingevoerd en gecontroleerd in de periode 1992 – 2005 door vele tientallen vrijwilligers onder leiding van Dave Verdooner.

Stadsarchief Amsterdam Archiefbank

Hier bevinden zich online o.m. archiefkaarten, gezinskaarten en marktkaarten. Voor opvragen scans moet een vergoeding betaald worden.

https://www.jewishgen.org/

Genealogische website voor Joods voorouderonderzoek wereldwijd. Om inzage in gegevens te krijgen dient u een (gratis) account aan te maken. Sommige onderdelen zijn enkel in te zien als u donateur bent voor een bepaald bedrag. Toch zijn er ook met het gratis account interessante gegevens te vinden.

https://www.oorlogsbronnen.nl

Website  met  o.a. de transportlijsten van Kamp Westerbork.

Collections Search – United States Holocaust Memorial Museum (ushmm.org)

database van het Amerikaanse Holocaust Memorial Museum (USHMM).

Familie gebeurtenissen met historische en genealogische achtergronden.