<linearGradient id="sl-pl-bubble-svg-grad01" linear-gradient(90deg, #ff8c59, #ffb37f 24%, #a3bf5f 49%, #7ca63a 75%, #527f32)
Bezig met laden ...

Dwangarbeider in Wuppertal 1944 – 1945

Inhoud:

Inleiding

Hoofdstuk 1 .  Geloofsgenoten in het                                                                                        buitenland.

Hoofdstuk 2.  Buitenlandse                                                                                         arbeidskrachten.

Hoofdstuk 3.  De Razzia van Rotterdam.

Hoofdstuk 4.  Het Dagboek.

Hoofdstuk 5.  Nawoord.

Links en bronnen

Inleiding

                                       Jan Tenthof van Noorden, oud 29 jaar, foto 1943.

Mijn vader, Jan Tenthof van Noorden, was tijdens de Tweede Wereldoorlog van 10 november 1944 tot 15 juni 1945 te werk gesteld in het toenmalige  Nazi-Duitsland bij het Bahnbetriebswerk Wuppertal-Langerfeld van de Deutsche Reichsbahn. Gedurende deze periode heeft hij een dagboek bijgehouden, twee schriften, tachtig pagina’s zeer klein geschreven en dit dagboek is 55 jaar voor de familie verborgen gebleven.

Over de Tweede Wereldoorlog werd bij ons thuis niet gesproken, gedurende de eerste dagen van mei, wanneer er elk jaar oorlogs films en documentaires werden vertoond op de televisie, ging deze bij ons thuis niet aan. De oorlog had mijn vader heel ver weggestopt en als er over de oorlog gesproken werd, kregen we alleen te horen, dat pa kolen had geschept in wagons in Wuppertal en dat hij alleen maar koolsoep had gegeten, en dat het verschrikkelijk was geweest.

 De twee schriften met zijn dagboek.

Enkele jaren voor zijn overlijden, zo rond het jaar 2000 kwam het dagboek te voorschijn tijdens het opruimen van een kast waarvan we dachten dat er alleen maar zijn  postzegelalbums in stonden.  Zijn schoondochter Jacqueline heeft de hand geschreven schriftjes  uitgetypt en ondergetekende heeft het waar nodig aangevuld met informatie van bewaard gebleven documenten en na onderzoek ter plaatse in Wuppertal. De  oude spelling is zoveel mogelijk omgezet naar nieuwe spelling zoals “menschen” naar “mensen” en “Poolsche” naar “Poolse”.  Verder schreef hij letterlijk over “Lager” en “Lagerführer” dit heb ik zo overgenomen, vertaald in het nederlands is dit eigenlijk “Kamp” en “Kampcommandant”.  De tekst heb ik verder zoveel mogelijk onveranderd gelaten, ondanks de vaak korte zinnen, dan wel opsommingen van kreten. Door zijn slechte lichamelijke toestand kon hij soms zijn gedachten moeilijk ordenen en sprong hij van de hak op de tak. Om de familie banden tussen de vernoemde personen in het dagboek beter de kunnen begrijpen, hier een kleine toelichting:  mijn vader zijn ouders waren in 1934 gescheiden, mijn vader had drie zussen, Rie, Loes en Wil en twee broers Harry en Wim.  Verder had zijn vriendin Joke (en latere vrouw) een broer Anton en vijf zussen, Beb, Sjaan, Cor, Nel en Hennie.

Omdat mijn vader in het dagboek vaak schreef over problemen met lopen, en afstanden in de praktijk vaak korter leken dan zoals hij ze omschreef, hier een tweede toelichting.  Op 19 jarige leeftijd (1933) had hij een ontsteking aan zijn voet en verbleef lang in het ziekenhuis, door bestralingen aan zijn voet (een techniek die toen nog niet zover ontwikkeld was) miste hij enkele middenvoetsbotjes, waardoor hij de rest van zijn leven met aangepast schoeisel liep.

             Foto uit 1933 Vader en zoon Jan. St.Franciscus gasthuis Rotterdam

Mijn vader wilde niet dat het dagboek openbaar gemaakt werd, hij had alles opgeschreven, om zaken niet te vergeten, en dat hij bij thuiskomst dit kon vertellen aan zijn moeder, zijn zus Wil en zijn vriendin Joke, (Jo). Hij vond ook dat er in de oorlog heel veel mensen waren geweest die zwaarder hadden geleden dan hij,  die waren gestorven als dwangarbeider, of die waren omgebracht dan wel vermoord in een van de concentratiekampen.  Hij wilde geen aandacht voor zijn verhaal, liever niet aan denken en gauw vergeten.

Maar waarom heeft hij dan al die jaren dit dagboek bewaard en meer dan honderd verschillende documenten, uit de tijd dat hij in Duitsland zat, waaronder brieven naar huis, brieven naar zijn broers, naar zijn vriendin Jo, verzoeken om vrijstelling van de arbeidsinzet, oproepen om je te melden bij het gewesterlijk arbeidsbureau, bonkaarten, berichten van het rode kruis, afteken kaart en  ziekte rapport van de Deutsche Reichsbahn, boodschappen van Polenlager herr Kübler,  enz, enz.

Ik heb er lang over nagedacht of ik dit dagboek uberhaupt zou openbaren, met respect voor  de wens van mijn vader heb ik al zijn persoonlijke  herinneringen en de inhoud van de vele brieven die hij verstuurde weggelaten, zoals zijn vele berichten van heimwee en zorgen om zijn moeder, broers en zussen en zijn vriendin en latere vrouw Joke.  Over zijn vaste geloof in God, dat alles goed zou komen en zijn dagelijkse bezoeken aan de plaatselijke kerk.   Verder was ik wel bang dat als ik al de emotie uit het dagboek weg zou laten het verhaal misschien te zakelijk zou worden.   Toch vond ik, omdat er zo weinig over de arbeidseinsatz is geschreven dat dit verhaal verteld moest worden. en dat wij niet mogen vergeten dat vanuit Nederland 500.000 tot 630.000 mannen werden tewerkgesteld in Duitsland en dat 27.000 van hen om het leven kwamen en 7.500 mannen werden na de oorlog vermist.

In de verzetskranten schreef men, dat wie een oproep  kreeg voor de arbeidseinsatz moest onderduiken, Maar niet iedereen durfde dit of kon dit, zo was mijn vader bang, dat als ze hem zouden ontdekken in de onderduik, niet alleen hem zouden wegvoeren, maar ook zijn moeder en zijn nog thuis wonende zus Willy, ( zo’n  20.000 Rotterdamse mannen hielden zich schuil.). Maar wie na de oorlog terugkwam, kreeg daardoor wel de vraag: Waarom ben je niet ondergedoken?  Vele mannen kwamen terug met een trauma, over de oorlog werd niet meer gesproken en ook niet over de tewerkstelling. Hoewel er bibliotheken zijn volgeschreven over de Tweede Wereldoorlog is het onderwerp van de arbeidseinsatz, de gedwongen tewerkstelling in Nazi-Duitsland nog lang onderbelicht gebleven.  In 2023 werd pas een monument onthuld voor de Razzia van Rotterdam, de grootste in zijn soort, waarbij ruim 50.000 jongens en mannen door de Duitsers werden opgepakt om in Duitsland te werkgesteld te worden. In augustus 1944 waren er 7,6 miljoen werknemers in Duitsland te werkgesteld. Een kwart van de werkende bevolking was buitenlands.

   Razzia monument aan de Parkkade te Rotterdam.

Het is een dagboek van een diep gelovige vader, met hoop en vertrouwen, die bijna dagelijks naar de kerk ging. En van een vader met wanhoop en moedeloosheid, dat hem onverschillig maakte, waardoor hij vaak bij bomalarmen, ondanks het gevaar voor eigen leven, maar niet meer naar de schuilkelder ging. Maar ook een vader met humor die schreef over de “heerlijke koolsoep” die niet te eten was, en een vader met een heimwee naar zijn moeder, zijn zus Willy en zijn vriendin Jo.

Dankwoord.

Een woord van dank aan de heer Florian Speer uit Wuppertal, schrijver van het boek: Ausländer in “Arbeitseinzatz” in Wuppertal, uit 2003, die met zijn boek  van 636 bladzijden een zeer goed beeld weergeeft over de omstandigheden in de stad Wuppertal gedurende de Tweede Wereldoorlog. Een zeer goed gedocumenteerd naslagwerk over deportaties, krijsgevangenen, dwangarbeiders, werk en gezondheid en getuigenissen van personen die de oorlog in Wuppertal aan de lijve hebben ondervonden. Tevens een dank aan de heer Florian Speer voor zijn hulp bij het terugvinden van de diverse lokaties, waar mijn vader verbleef in Wuppertal.

                   Ausländer in “Arbeitseinsatz” in Wuppertal.  ISBN 3-87707-609-2 copyright By                                                     Stadt Wuppertal, Stadtbetrieb Historisches Zentrum.

HOOFDSTUK 1 . Geloofsgenoten in het Buitenland.

Mijn vader was actief lid van de R. K. kerk van Sint Franciscus van Assisië aan het Afrikaanderplein te Rotterdam-zuid. Hij was lid van verschillende aan de kerk verbonden verenigingen: een Toneelvereniging, dansclub, de Kolpingzonen/Jozefgezellen, (Een interparochiële St. Josephsgezellenvereniging was een landelijke rooms-katholieke standsorganisatie bestemd voor jonge arbeiders. De St. Josephsgezellenvereniging staat ook wel bekend als ‘Kolping’s zonen’, naar de oprichter, de Duitse priester Adolph Kolping  (1813-1865).

St.Franciscuskerk, Afrikaanderplein, de klok in de toren ontbreekt, die is door de Duitsers verwijderd. Foto Rein Wolters.

En hij was lid van de in de oorlog opgerichte G.I.B. Toen de bevolking te maken kreeg met de verplichte arbeidseinsatz, werden de weggevoerde parochinanen niet in de steek gelaten.  Koos de Jong, parochiaan van de St.Franciscus van Assisië parochie richtte in september 1942 een vereniging op onder de naam Geloofsgenoten in het Buitenland of wel het G.I.B. Het doel was samen met enkele andere parochianen schriftelijk contact te houden met hen, die in Duitsland moesten werken.

 Note: Koos de Jong werd al gauw zelf opgeroepen voor de arbeitseinsatz , en zat in oktober 1943 in een werkkamp  Fabrieks-stroom 3 in Hagen, Westfalen 21.

Elke twee weken schreven de leden van de G.I.B. een brief. De brief van 5 oktober 1943 kreeg een onaangenaam staartje.  Hij opende met een ernstig woordje en daarna volgden er wat uitslagen van prijsvragen. De winnaars kregen een GIB-pakket. Daarna volgden nieuwe prijsvragen. Een daarvan luidde: geef zo veel mogelijk andere betekenissen voor de letters GIB bijv. ‘Geef in bankbiljetten’. Veel brieven kwamen terug met oplossingen als ‘Goebbels is een boef’ en ‘geef Hitler een bom’.  De Duitsers raakten hiervan op de hoogte.  Daarop werd het GIB-lokaal verzegeld. Twee leden van de vereniging te weten mijn vader Jan Tenthof van Noorden (die eerst was onder gedoken) vergezeld van zijn zwager Jan Homan, en kapelaan L.A. van Teijlingen die  kapelaan Verburg meenam , moesten zich melden bij de S.D. in Den Haag.                                           Note: De Sicherheitsdienst (SD) was de geheime inlichtingendienst van de NSDAP en later van nazi-Duitsland, verantwoordelijk voor het bespioneren van politieke tegenstanders en het ondersteunen van de SS en de Gestapo.

      G.I.B. bestuur:, Voorste rij v.l.n.r.: Jan Tenthof van Noorden, Nel de Korte, Kapelaan van              Teylingen, Truus Lommerse, Piet Veldboer.  Achterste rij v.l.n.r.: Riek de Korte, Corrie van                                   Dongen, Koos de Jong, Jet Knope, Riet Ruigrok, Wil Tenthof van Noorden..

Ze vertrokken met lege zakken om niet het gevaar te lopen iets bij zich te hebben, dat om een of andere reden was verboden, waardoor er nieuwe problemen zouden ontstaan. Bovendien hadden ze zich goed voorbereid, dat ieder van hen hetzelfde verhaal zou vertellen. Het verhoor door Seyss-Inquart persoonlijk, had geen nare gevolgen. Ze zeiden dat ze deze reacties niet verwacht hadden en dat dit ook niet de bedoeling was van de prijsvraag. Terug in Rotterdam, kregen zij in een volle kerk een luid applaus en volgde er een H.Mis uit dankbaarheid voor hun veilige terugkeer.

                                                                Brief G.I.B. van 5 oktober 1943.

HOOFDSTUK 2. Buitenlandse arbeidskrachten.

Met ingang van 1 mei 1941 voerde de bezetter de Gewestelijke Arbeidsbureaus in. De oude naam Arbeidsbeurs verdween. Het arbeidsbureau werd een instelling ten behoeve van de Duitse oorlogsmachine.  Duizenden werklozen gingen voor de oorlog de grens over om in Hitler’s oorlogsindustrie te werken. De Nederlandse overheid stelde dat zelfs verplicht. Ongehuwde mannen die weigerden in Duitsland te gaan werken, kregen geen uitkering meer. Voor vele gezinnen was dit een onmiddellijke bedreiging, dus gingen al voor de oorlog tienduizenden Nederlandse jongens naar Duitsland.

Vanaf juni 1940 had het weigeren van werk in Duitsland tot gevolg stopzetting van ondersteuning van plaatsing bij de werkverschaffing  of van uitkering uit de werklozenkas.

                                Fritz Sauckel 1894-1946.                                                                  copyright Historiknet.com

Vanaf maart 1942 was de Duitser Fritz Sauckel, (SS Obergruppenführer). hoofdverantwoordelijk voor de arbeidseinsatz. Sauckel kreeg zijn aanwijzingen direct van Hitler. Hij was een van de tien nazi-kopstukken die na het Neurenberg-tribunaal werden opgehangen,    ( schuldig aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid).  Na zijn aanstelling beschreef hij zijn strategie. Alle mannen (krijgsgevangenen en buitenlandse civiele arbeiders) moeten gevoed, beschut en zo behandeld worden dat ze zo veel mogelijk uitgebuit worden tegen de laagst denkbare kosten. Economisch waren die buitenlandse werknemers van groot belang. En ze werden belangrijker naarmate er meer Duitse mannen naar het front vertrokken.

Mijn vader en zijn twee broers kregen alle drie een oproep om zich voor keuring te melden bij het Gewestelijk Arbeidsbureau Rotterdam aan de 1e Middellandstraat 103, voor tewerkstelling in Duitsland, (helaas staan er geen datums op deze oproepen). Zijn broer Harry werd te werk gesteld bij Mercedes Benz in Bonn en verbleef aldaar in Hotel Schloshof  (Herberg/cafe) aan de Clemens Auguststrasse. Zijn broer Wim werd te werk gesteld in het Barakkenlager Rietmühle in Sindelfingen bij Stuttgart, (dit bedrijf werkte voor Daimler Benz). Mijn vader kreeg nog een tweede oproep maar dook echter onder.

                                            Oproep Gewestelijk Arbeidsbureau Rotterdam.

De Duitse generaal Hermann Göring, schreef hier over in januari 1942, ‘Darüber hinaus wird es sich bei der verschärften Arbeits-einsatzlage nicht umgehen lassen, Arbeitskräfte aus den besetzten Gebieten auch zwangsweise in Deutschland einzusetzen’.

Met de Razzia van Rotterdam van 10 en 11 november 1944 werd het mijn vader te link om nog langer onder te duiken en was hij bang dat bij ontdekking , zijn moeder en zus Willy zouden worden weggevoerd. Hier begon dan zijn dagboek, op weg naar Wuppertal. Hij verbleef in Wuppertal-Langerfeld tot 6 maart 1945. Hierna was hij zes weken onder gedoken bij een boer in Oldenzaal, daarna twee weken in quarantaine bij het Rode kruis in Oldenzaal, maar Rotterdam was nog niet te bereiken. Na een maand bij zijn oom en tante in Maastricht keerde hij pas rond 15 juni 1945 terug in Rotterdam.

De situatie in de stad Wuppertal in 1944 was als volgt, een stad met 260 duizend inwonerts, waarvan alle mannen bij de Wehrmacht diende, was overspoeld met 16,5 duizend dwangarbeiders en 3 duizend krijgs-gevangenen en dagelijks kwamen er nog velen bij (naar schatting tussen de 20 en 25 duizend), verdeeld over meer dan honderd bedrijven en lagers. De 16,5 duizend dwangarbeiders bestonden ongeveer uit 9,3 duizend mannen, en 7,2 duizend vrouwen, daarvan waren 9,9 duizend Oostarbeiders. Dit was op de steekdatum 30-9-1944, exacte aantallen zijn niet bekend. Aan het eind van de oorlog trof men in totaal, tussen de 18 en 20 duizend dwangarbeiders en krijgsgevangenen aan. Bij dit aantal zitten niet de meer dan duizend in Wuppertal gestorven dwangarbeiders en krijgsgevangenen en de reeds vele gevluchte personen.

Polen waren vanaf1940 verplicht te werk gesteld in Duitsland, dit was voor de jaargangen 1915 t/m 1925. Honderdduizenden Polen vochten gedwongen mee aan Duitse zijde, in Duitse uniformen in het leger van Hitler, (450.000 Polen).  Oostarbeiders: Russen, Ukrainer en Witrussen, mannen en vrouwen tussen de 14 en 65 jaar waren verplicht te werken in Duitsland. In 1941 waren in Duitsland werkzaam, 24 miljoen Duitsers, 2 miljoen buitenlandse werknemers en 1,5 miljoen krijgsgevangenen. Zonder de inzet van deze krijgsgevangenen en dwangarbeiders had de oorlog nooit zo lang geduurd, hiervoor was dan ook dit systeem van dwangarbeid in het leven geroepen. In het jaar 1942 moesten alle mensen die werkloos waren gaan werken in Duitsland, dit gold voor de landen: België, Nederland, Frankrijk, Noorwegen en Servië. Verder werden in deze landen mensen geworven, als door werving niet voldoende mensen vrijkwamen, dan door dwang. Om gaten in de industrie op te vullen, waar Duitsers voor de Wehrmacht, het leger waren opgeroepen.

          Affiches om arbeiders te werven voor Duitsland. Bron: Gem. Archief Rotterdam

In augustus 1944 waren 5,7 miljoen buitenlandse arbeidskrachten werkzaam in Duitsland.  De Duitse bevolking mocht geen contact hebben met de buitenlanders, zeker niet met Polen en Russen, en andersom ook niet, dit was strafbaar.

Hier twee voorbeelden uit het boek “Auslander im Arbeitseinsatz in Wuppetal” van Florian Speer, uitgegeven in 2003.

Pagina 151, Helmut W. uit Langerfeld gaf mevrouw Erna K. aan bij de Gestapo, nadat hij van zijn schoonzus vernomen had, dat mevrouw Erna K. omgang had met een Franse krijgsgevangene.

Pagina 152, Mevrouw Irmgard H. werd veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf, nadat zij een Franse krijgsgevangene, werkzaam als vuilnisman, 10 met boter en honing besmeerde boterhammen met worst, 3 pond tomaten en 2 pond peren had gegeven en daarbij betrapt werd.

Florian Speer gaf in zijn boek nog vele voorbeelden van mensen, die met gevaar voor eigen leven dwangarbeiders geholpen hadden, en wie dit dagboek straks heeft gelezen, zal tot de zelfde conclusie komen, dat mijn vader zonder hulp van de familie Wilhelm Heil, Von Timpen 42 en de familie Walter Bläser, Inselstrasse 21 uit Wuppertal waarschijnlijk de oorlog niet had overleefd.

De behandeling van buitenlanders was verschillend, eerst kwamen de Nederlanders, Belgen en Scandinaviers, daarna de Fransen, Spanjaarden en Italianen, dan de Polen en als laatste en het slechts werden de Oostarbeiders behandeld. De Polen en de Oostarbeiders waren gebrandmerkt door een P of Ost op hun kleding te dragen. Eind1944 werden de Polen en Oostarbeiders niet meer benadeeld, toen men in Duitsland inzag dat de oorlog ten einde liep.

De bedrijven waar de buitenlanders werkzaam waren verdienden weinig aan de buitenlandse arbeiders, het deel dat zij goedkoper waren, moesten zij afdragen aan de staat, plus moesten zij zorgdragen voor eten en huisvesting.  Een loonuitkering van een Poolse werknemer hier als voorbeeld: Weekloon 20 Reichsmark, Bealsting 7,4 RM, Onderhoud en Eten 10,5 RM, Uitbetaald 2,10 RM. West Europese werknemers kregen iets beter betaald, maar er waren grote verschillen in behandeling van de buitenlanders bij de bedrijven en dit gold ook voor het eten en de huisvesting, het eten was vaak slecht en in de normale winkels konden de buitenlanders niet terecht. Brieven versturen naar achter gebleven familie was mogelijk, op de postkantoren moest men zich wel legitimeren en dit moest overeen komen met de afzender, want alle post werd gecontroleerd.

Tussen Januari 1944 en midden 1945 kwamen in Wuppertal 832 buitenlanders om het leven:

  • 138 door luchtaanvallien/bombardementen.
  • 192 door TBC
  •   45 longontsteking
  •   38 ondervoeding
  •   34 hartziekten
  • 203 allerlei andere ziekten zoals, disenterie, griep, typhus, etc.
  • 151 ombekende oorzaak
  •    31 ongelukken.

Hiervan kwamen 54 mensen om het leven bij de Duitse Reichsbahn, waarvan 26 door luchtaanvallen. Bij de Reichsbahn waren in Wuppetal in december 1944, ongeveer 8,7 duizend dwangarbeiders en 7,5 honderd krijgsgevangenen werkzaam. Hiervan ongeveer 75% mannen en 25% vrouwen. Naar nationaliteit onderverdeeld, waren er bij de Reichsbahn, 61% Russen, 17% Polen, 7 % Fransen, 7% Galiciërs, 3%  Tsjechen, 2% Italianen, 2% Belgen en 1% Nederlanders.  Het dagboek staat vol wetenswaardigheden over het wonen en werken bij het Bahnbetriebswerk van de Reichsbahn in Wuppertal-Langerfeld.

HOOFDSTUK 3. De Razzia van Rotterdam.

In Rotterdam werd op 10 en 11 november 1944 door de Duitse bezetters een Razzia gehouden. In de nacht van 9 op 10 november sloten 8 duizend Duitse soldaten de toegangswegen tot de steden Rotterdam en Schiedam af. De politie werd ontwapend, de Maastunnel afgesloten, het telefoonverkeer stilgelegd, en de bruggen werden opgehaald. De Duitsers stonden op elke straathoek en hielden ook vanaf de daken de omgeving in de gaten. Vervolgens ging er een strooibiljet in elke brievenbus met de aankondiging dat alle mannen van zeventien tot en met veertig zich moesten melden als arbeider voor de Duitse Wehrmacht. Met een geluidswagen werd iedereen wakker gemaakt, terwijl de Duitsers van deur naar deur gingen, 50 duizend mannen werden uit Rotterdam en 5 duizend uit Schiedam weggevoerd.

                                                     Strooibiljet van november 1944.

Plusminus 14 duizend mannen gingen lopend naar Waddinxveen, Gouda  en naar Amersfoort en werden in Oost-Nederland voor het bouwen van militaire stellingen te werk gesteld. 10 Duizend mannen  gingen met de trein naar Duitsland en 20 duizend mannen gingen met rijnaken via Amsterdam naar Kampen, vandaar lopend naar Zwolle, vanwaar ze met de trein naar Duitsland werden vervoerd.

De volgende aantekening vond ik in het dagboek van Joke Tenholter, een boodschap verspreidt om achterblijvers gerust te stellen, de tekst  was niet gelijk met de werkelijkheid.

                                                  Boodschap verspreidt voor achterblijvers.

De tekst luidde:  Nieuws omtrent de verzorging van Ned. Mannen uit Rotterdam. Politie-personeel komt in zijn geheel terug. In het kamp te Amersfoort en in de kazernes en gebouwen van de Ned. arbeidsdienst zijn 6000 man over gebracht uit Crooswijk, Kralingen en Hillegersberg. In Ede zijn 8000 man onder gebracht en werk gesteld te Hoeverlaken. In Wezep 7000 man in diverse kampen. In Kampen 3000 man uit Rotterdam via Amsterdam, voor een gedeelte vervoerd per wagons. Een kleine groep naar Bentheim (800 man), tevens zijn er nog te werk gesteld achter de Ysserlinie te Deventer. De per aak vervoerden zijn overgeladen in wagons naar Meppel. Eten in overvloed. Stemming is best. Godsdienstoefeningen worden gehouden. Geen beschieting vanuit vliegtuigen. De leider van het geheel is Generaal Cramer, Majoor Muller en Oberl. Crap. Tot betere dagen.

Van de Duitse zijde omschreven Razzia van Rotterdam, vertaald naar het Nederlands.

In de late herst van 1944 besluit de leiding van de Wehrmacht tot een ongekende actie: Om de betrokkenen bij een terugtocht niet als potentiële vijandige soldaten achter te laten en hun arbeidskracht ondanks de zekere nederlaag toch voor de Duitse wapenindustrie uit te buiten,  moet de overgebleven mannelijke Nederlandse bevolking in de leeftijd van 17 tot 40 jaar  volledig voor arbeidseinsatz naar het Duitsland worden gedeporteerd. In een bevel van de opperbevelhebber West, van Runstedt van 5 november 1944 staat daarover:

            Generalfeldmarschall Gerd von Rundstedt,                               (1875-1953) Copyright Wikipedia.

 

IK heb al de meest uitgebreide ontruiming van de vestingen aan de Nederlandse westkust met voor de strijdkrachten geschikte  bevolking voor onmiddellijke transport naar Duitsland bevolen. Hitler heeft nu bovendien de onmiddellijke evacuatie bevolen, niet alleen van alle vestingen maar ook alle        verdedigingsgebieden en belangrijkste gevechtsposten van de dienstplichtige bevolking in de door ons nog bezette westelijke gebieden bevolen. De uitvoering moet onder alle omstandigheden meedogenloos plaatsvinden zodat er geen terroristische omstanden  ontstaan.

                      Rijkspropaganda leider Joseph Goebbels         (1897-1945)   copyright Deutsches Bundesarchiv.

 

Het door de uitvoering van het bevel en andere maatregelen beschrijvende verslag van de verantwoordelijke Reichsamtsleiter Liese aan de Rijkspropagandaleider  Goebbels van de 16 november 1944 toont het ongelofelijke cynisme waarmee de nazi’s in het aangezicht van hun ondergang nog leed en nood over hele volkeren brachten.

Betreft:  Totale oorlogs middelen in de Nederlanden.

In navolging van mijn verslagen van 17-10 en 4-11-1944 meldde ik dat nadat de Führer de Rijkscommissaris Rijksminister Dr. Seyss-Inquart de bevoegdheid heeft verleend zelf te beslissen of de door hen voorziene totale oorlogsmaatregelen in het bezette Nederland kunnen worden uitgevoerd met het oog op de politieke en ook militaire situatie, de acties zijn zeer succesvol van start gegaan en zullen  respectievelijk worden voortgezet
Rijkscommissaris der Nederlanden, gedurende WW II Arthur Seyss Inquart., (1892-1946).  copyright Wikipedia.
Registratie van de dienstplichtige Nederlanders voor tewerkstelling in Duitsland.
Op vrijdag 9-11 en zaterdag 10-11.1944 voerde ik met ongeveer 8000 man soldaten, die onder bijzonder door de Wehrmachts-bevelhebber der  Nederlanden bevolen commando stonden, de eerste grote actie om dienstplichtige Nederlanders in de leeftijd van 17 tot 40 jaar in de stad Rotterdam (750.000 inwoners) te registreren door. Van de schatting van dienstplichtigen die in de stad wonen (60-70.000 ) behorende  tot de voorziene geboortejaren, zijn ongeveer 54.000 geregistreerd en per schip via Amsterdam en IJsselmeer of per trein en ook een deel te voet, ondanks  enkele problemen toch voor het grootste deel  vlot weggevoerd.
Ongeveer 14.000 zijn nu in Nederland werkzaam met het maken van loopgraven, terwijl 40.000 in Duitsland aangekomen zijn, en werkzaam zijn met het herstellen van verkeersschade.  Bij de evacuatie bleek dat het grootste probleem was de transport via het spoor.  De spoorlijnen werden afwisselend onderbroken door vijandelijke invloeden.
                                                                 Per trein richting Duitsland.
Tegen de verwachting in van militaire en civiele instanties in Nederland is er bij de uitvoering van de evacuatie  geen enkel verzet gepleegd. De actie werd zo uitgevoerd, dat in de morgen van de eerste dag om 6 uur de stad omsingeld werd en soldaten met een schriftelijk bevel van de Duitse Wehrmacht alle huizen afgingen  en een luidsprekerwagen rijdend door de straten en dit bevel voorlezend en alle dienstplichtige Nederlanders in de ouderdom van 17 tot 40 jaren opriep zich op straat te begeven en met  bepaalde uitrusting en kledingsstukken zich te melden voor de dwangarbeid. Na enige tijd werden nog een maal diverse huizen en woningen doorzocht.
Onze troepen hebben zich voor het grootste deel goed gedragen, op enkele uitzonderingen na, waarbij in het wild werd geschoten , enkele handgranaten werden gebruikt en deuren met geweerkolven werden ingebeukt.  Bij de gevangen neming waren slechts enkele doden en gewonden gevallen. Op de vlucht werden ook maar enkele doodgeschoten.  Bij een wachtvergriijp konden bij een trein-transport echter 650 Nederlanders ontsnappen. De  dienstdoende Duitse officier is reeds door het Kriegsgericht veroordeeld.
                                  11-11-1944  Oudedijk Rotterdam foto, L.M.A. v.d. Werf (NIOD)
Bij ieder huisdoorzoeking was ook de  SD Sicherheitsdienst aanwezig, die zo meer dan duizend verzetsmensen had gevangen genomen, daaronder een kopstuk, die door Koningin Wilhelmina was aangesteld als hoofd van het verzet. bovendien werden kleine wapendepots en een groot aantal  radio’s in beslag genomen.

 

Verrassend genoeg kon de actie geheim worden gehouden, pas op de tweede dag leek de actie blijkbaar aan de Engelsen bekend te zijn geworden, want ze probeerden enkele uitvalswegen van Rotterdam te bombarderen om waarschijnlijk het vervoer onmogelijk te maken. Bij de actie kon ik een even interessante als trieste vaststelling doen, dat vaak vertegenwoordigers van Duitse diensten niet langer in het belang van het rijk denken en al sterk verge-Hollandiseerd zijn. Dat bleek vooral ook bij de uitgevoerde vrijstellingen van Hollanders, die zogenaamd nodig zijn voor het handhaven van de Rotterdamse economie. ook deze kwestie werd alleen in het belang van de totale oorlogsinzet voor het rijk afgehandeld, zonder dat ik geloof daarmee de voorziening van de stad Rotterdam in twijfel te hebben gebracht. Ik heb deze heren gezegd dat de Nederlanders zich daar gewoon aan moesten wennen om iets meer te improviseren. Overigens heb ik, om niet alleen voor de Nederlanders negatief te overte komen, de Rijkscommissaris onmiddellijk doen besluiten een verordening voor de gezinszorg van de familieleden van afgevoerde Nederlanders uit te vaardigen.  Bij de uitvoering van de actie gedroeg de bevolking in Rotterdam zich volledig rustig en beheerst. Men kon zelfs gezichten zien die een zekere voldoening over de uitvoering van deze actie uitdrukten.  Waarschijnlijk waren deze mensen blij dat ze van een paar eters af waren gekomen, want de voedselsituatie in Rotterdam wordt van dag tot dag moeilijker. De acties worden voortgezet.

HOOFDSTUK 4. Het Dagboek.

Vrijdag 10 november 1944

Van 10 tot 5 uur bij het stadion  gestaan (Feyenoord stadion te Rotterdam-zuid), geen eten gehad, in de regen, op het voetbalterrein. Om 5 uur in de looppas naar de gasfabriek (Oude gasfabriek aan de Prins Hendrikkade te Rotterdam-zuid). Veel mensen langs de weg. De mensen stonden te huilen langs de rijen. Onderweg passeerde Jan Homan (neef), onderweg naar het stadion, ook onder zware bewaking. Briefje in looppas geschreven, aan juffrouw meegegeven. Bij de gasfabriek worden we ingeladen, in het donker en regen, ingeladen in de kolenboot. Honderd man en een vak, groot 4 bij 6 meter, tien vakken dus duizend in een kolenboot.   ’s Avonds om 8 uur gingen we varen, tot ‘smorgens 8 uur. Mochten niet boven komen, anders wordt er geschoten. Het luik lag 10 cm open, het was benauwd beneden. Waren er vliegtuigen boven,  het luik dicht. Eenmaal 4 uur achter elkaar gesloten. Haast niet uit te houden, geen eten gehad, we liggen op een houten vloer met opgetrokken knieën,  ’s morgens allemaal zwart. Om 8 uur ging de boot stil liggen, overdag niet varen met het oog op vliegtuigen. Lagen even voorbij Utrecht, stilgelegen tot 5 uur. De mensen op de wal hadden in de gaten dat wij  opgesloten zaten en kwamen met pakjes brood. In ons vak werden 12 boterhammen naar beneden geworpen, net als men de varkens voedt. De mensen stonden te springen als wilde dieren. Er was bij ons een ernstige zieke en een lichte.

                       Persoonsbewijs van J.F.Tenthof van Noorden, gedateerd 1 mei 1944.

Zaterdag 11 november 1944

5 Uur varen. Vliegtuigen heel laag over de boot, alle in angst, als er wat gebeurt kwam je er nooit meer uit. Om 12 uur arriveren we in Amsterdam. In het donker er uit over een loopplank, in een loods daar lagen al 2 duizend man. WC op de boot en in de loods niet aanwezig, dat moest zo maar. Zaterdag nacht 4 uur, stamppot uitgereikt, de mensen werden met revolvers in bedwang gehouden, er was niet genoeg, dus niets te eten, niet geslapen.

Zondag 12 november 1944

Juli 1940. Belgische krijgsgevangenen onderweg bij Antwerpen. collectie Nationaal Archief, fotograaf ombekend.

Om 4 uur ingeladen, weer in kolenschip, nu op stro. Weer 130 man in een vak, moesten  rechtop zitten. ’s Morgens om 11 uur, gevaren over IJsselmeer, arriveerden wij in kampen.

Note: 55 Jaar later, zo rond het jaar 2000, vertelde mijn vader over zijn verblijf in Kampen aan zijn achterneef Bram Oudshoorn, die in Kampen was geboren. Bram vertelde dat hij in 1944 brood van zijn moeder gekregen had, en dat hij een van de jongens was geweest, die het brood door de open luiken naar beneden had gegooid.

Wij moesten ons opstellen onder geleide, als gevangenen, elke 5 meter een gewapende soldaat, met de hand aan de kolf.  15 Kilometer lopen naar Zwolle, in de stromende regen, kwamen doodmoe om 3 uur aan. Toen voor we de school in mochten, lieten ze ons eerst nog een uur in de regen staan. Toen naar binnen, hartstikke nat, kwamen in lege lokalen met vijfig man. Ik kon op de grond gaan zitten, hartstikke nat. Stamppot werd uitgereikt, weer te weing, dus weer niets. Mijn Jas een beetje uitgehangen, schoenen doornat, sokken uitgewrongen. Ik had Piet Deelen en twee jongens van Beekmans bij mij. In Utrecht nog een kaart verstuurd, in Amsterdam een brief.

’s Avonds oom 11 uur buiten opstellen, 1 uur in de regen gestaan, toen weer naar binnen, de helft ging met de trein weg. Daalen niet aanwezig, een man EHBO aangeschoten,  kon iets bereiken.

Maandag 13 november 1944

’s Nachts om 1 uur, opstellen in de regen in het donker, eerst weer een poos gestaan, toen lopen onder bewaking naar het station. Ingeladen in beestenwagen met 50 man, nat, durven niet te gaan zitten, geen gelegenheid voor wc. 30 Uur in die wagon gezeten, nat en zonder eten. Veel gebombardeerd op de grensplaats bij Bentheim. Door klein luikje in de wagon nog twee kaarten uitgegooid. Onderweg eenmaal de trein gestopt, werden de beesten een voor een gelucht en mochten  zij langs de berm de broek laten zakken. Drie man ontvlucht, afgeschoten.

September 1942. Hier afbeelding van de in die tijd gebruikte goederen wagons. Hier worden op het station van Danhaag goederen ingeladen voor militairen aan het Oostfront. collectie Nationaal Archief, fotograaf T. A. Meijer, rechtenvrij.

Dinsdag 14 november 1944

Kwamen aan in Wuppertal, Sonnborn, Eerst een uur lopen, na een halve dag eerste bordje soep, zag er erg vies uit, maar uitgehongerd. De dag erop naar de dokter. Het was hier een kamp met prikkeldraad, een concentratie kamp.

Note: In de wijk Sonnborn, aan de westzijde van Wuppertal, was het “Durchgangslager am Giebel”, een kamp bestuurd vanaf mei 1942 door het arbeidsambt van Wuppertal. Voortdurend werden er 8 honderd tot 12 honderd mensen doorheen gesluisd. Het kamp lag daarom dicht bij een spoorstation. Dringend gezochte vakmensen werden er tussen uitgehaald en te werkgesteld binnen de bedrijven in Wuppertal en wijde omgeving. Het kamp was opgezet, omdat men bang was voor ziektes en besmettingen, iededeen die hier aan kwam, uit het westen of oost-Europa, dwangarbeiders en krijgsgevangenen werden hier gedesinfecteerd en ontluisd. Zo bestond het kamp uit een “onrein” en “rein” gedeelte. De desinfectie procedure werd vooral door de vrouwelijke dwangarbeiders als mens onwaardig ervaren. In aanwezigheid van bewakingspersoneel moest men zich, mannen en vrouwen gescheiden uitkleden. De dag ervoor had men zich in moeten smeren met een ontluizingsmiddel, de dag erop werd men, met behulp van speciale kammen, helemaal gecontroleerd op nog levende luizen en ging men onder de douche. De mannen kregen voor het douchen een korte haarsnit. Daarna werd men door een dokter gecontroleerd. Alle meegebrachte kleding en spullen werden in speciale hetelucht-kamers verhit, en kreeg men gebraden terug.   

Afbeelding Lager Am Giebel na 1945. Kadaster Wuppertal F0282.

Poolse dwangarbeiders beschreven het kamp als volgt: Augustus 1943, de barakken bestonden alleen uit palen met een dak erboven, toiletten bestonden uit slechts een balk boven een greppel, het geheel omgeven door een hek met prikkeldraad. Door personeel van de bedrijven in Wuppertal werden de mensen afgehaald. Dwangarbeiders die te ziek waren om nog te werken werden ook via dit kamp teruggestuurd naar hun geboorteland, of stierven in dit kamp. Tussen januari 1944 en midden 1945 stierven 40 personen in het lager am Giebel.

Plattegrond Lager Am Giebel (Florian Speer 2001).

Woensdag 15 november 1944

Onder bewaking  ’s morgens appel, Wij werden in kamers gestopt van 3 bij 4 meter, met veertig man, slapen op een houten vloer. Dokter was een Russin.

Donderdag 16 november 1944

Weer dokter, niets bericht. Verhuisd van de eene barak naar de andere, de wandluizen zaten zo op de muur. Wel 10 keer per dag luchtalaem, we zaten zestig km van de grens.

Vrijdag 17 november 1944

Vandaag horen we Rotterdam  gevallen?  Hier aan alles te kort, geen handdoek, geen zeep, geen scheergereedschap, ondiep bordje, geen beker.  WC vijf minuten vanaf het kamp, erg onhygiënisch, hier erg koud, geen kachel.  Per dag 5 cm brood. zondag vijftig gram boter.     ’s Nachts verschillende keren eruit voor luchtalarm en WC.   Twee maal daags koolsoep, niet te eten, mijn darmen van streek.  Er kwam een transport aan uit Zuid-Limburg, geen bekenden, ( note: mijn vader had ooms, tantes, neven en nichten  in Zuid-Limburg).  Acht en twintig broeders en zes geestelijken erbij. Moesten pasfoto laten maken, voor het eerst in acht dagen geen gevraag naar mijn naam.

Zondag 19 november 1944

Feest Kapelaan van Teylingen, (van Afrikaanderplein parochie Rotterdam), ik heb hem een kaart gestuurd. Polshorloge omgeruild voor brood, het is hier honger lijden. Vandaag een Limburgse pater een Heilige Mis opgedragen in een keet, Na de Heilige MIs te biechten geweest, al lopende af en aan buiten.

Dinsdag 21 november 1944

Slecht weer, voel mij erg beroerd, komt van de soep. Tot nog toe nog niet gewerkt. Zijn gaan verhuizen naar school in Langerveld. ( De school was gelegen aan de Zinkstrasse 7, gedurende de NS-tijd hadden alle straten andere namen, de straat heet nu Windthorststrasse). Toilet is buiten, bij luchtalarm schuilen in de kelder, en er zijn veel luchtalarmen hier. Meer vrijer hier, mag nu naar buiten, ben direct naar een postkantoor gegaan en allemaal brieven verstuurd. Een brief naar Harry en een naar Wim  Nu naar de kerk vlak tegenover de school. Nu slapen we op stroo, eerst op planken, veertig man in een klaslokaal. Aangevraagd naar werk in Bonn,  (daar zit broer Wim). Nu al een halve dag geen eten, ben naar de stad gegaan, maar niets te krijgen, alle winkels zijn leeg,  Alleen slagers en kruideniers zitten vol, maar alles op de bon. Naald en wol geleend en nu sokken gestopt.

                                                                         Wuppertal-Langerfeld 2005.
                                                               Wuppertal -Langerfeld, uitvergroting.

BW = Reichsbahn betriebswerk, no 1,  is de school aan de Windthorststrasse, er tegenover achter enkele huizen de St.Raphaelkerk, no 2, is het Polenlager aan de Wilhelm Hedtmannstrasse, anderen  lagers in de buurt waren no 3, Lager Am Hedtberg en no 4, Lager Dieckerhoffstrasse.

                                            Afbeelding boven en onder: School aan de Windthorststrasse no 7.
                                                           verscholen tussen de bomen, foto’s juli 2005.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                               Donderdag 23 november 1944

Weer geschreven naar huis, zeep gekocht ging dit keer zonder bon, Moest vandaag WC schoonmaken, om de beurt, weer sokken gestopt en knopen aangezet. Hier zitten geen bekenden meer, Piet Dalen was draaier en is ergens anders heen gestuurd, van Beekmans ging ook ergens anders naar toe. In zijn vak hebben ze geen mensen nodig. Ze hebben ons met 260 man aan het spoor verhuurd. Het eten was vandaag beter. Vanmiddag drie maal alarm, afgelopen nacht twee maal.

                                                                                            Vrijdag 24 november 1944

Vandaag een brief geschreven naar mijn vriendin Jo, (deze brief is in Rotterdam aangekomen en heeft Jo in haar dagboek bewaard). Ik werk nog niet,  dus ook nog niets verdiend, goed dat ik geld bij me had, ingewisseld tegen marken. Vanmorgen geen eten, in het brood zat glas, kwam door het bombardement, kregen niets anders. Overjas gemaakt, want het is hier flink koud. Ik hoop dat het met Pasen vrede is en dat we gezond en wel weer terug kunnen naar Holland.

                                                idem school Windhorststrasse Langerfeld.

Ben vandaag aangenomen bij het spoor, (Het gaat hier om Bahnbetriebswerk Langerfeld van de Deutsche Reichtsbahn, dit feit is gestaafd op zijn omschrijving van twee grote loodsen met 40 locomo-tieven, en over de door hem omschreven draaischijf waar de locomotieven op draaien, tevens stond op zijn krankengeldschein vermeld: Dienststelle Bahnbetriebswerk Langerfeld).

                                                 idem School Windhorst strasse Langerfeld

 

Zaterdag 25 november 1944

Werk bij de de Deutsche Reichsbahn,  om 6.30 uur beginnen om 5.30 uur opstaan zonder eten. Wat we moeten doen weten we nog niet. Ze wilden hebben dat we bielzen gingen dragen, niet gedaan. We hebben een wagon gelost en bossen takken bij elkaar gebonden, licht werk. We kunnen op de fabriek eten, een stuk brood heb ik bewaard en de koolsoep weggegeven. ( de fabriek, betreft de fabriek van de firma Schmitz & Apelt aan de Clausewitzstrasse 82/84, deze was op het terrein van het Bahnbetriebswerk).

     Sporen plattegrond van Betriebswerk Wuppertal Langerfeld. deze afbeelding geeft de                     toestand weer in 1962, hier zie je dat de linker locomotievenloods voor het grootste                                             gedeelte al is afgebroken. copyright www.bahnen-wuppertal.d
          Bahnbetriebswerk Wuppertal Langerfeld, met in het midden een van de draaischijven,  achter de lokomotieven en het hoge spoor de bergen kolen.   Deze foto stamt uit de winter van                                            1963/64. copyright www.bahnen-wuppertal.de

Het duurde allemaal veel te lang, ik heb maar een have dag gewerkt. Ben naar het plaatsje  Schwelm vlakbij Langerfeld gelopen, daar een kam en postpapier gekocht en voor 100 pfennig naalden. Bij de viswinkel heb ik lang moeten bedelen maar toch een portie gekregen. En mij vandaag voor het eerst laten scheren.

Fabriek Schmitz & Apelt aan de Clausewitzstrasse, achter de fabriek lopen de spoorbanen, rechts net niet zichtbaar, begint de tunnel onder de sporen door, (foto uit de jubileumbrochure van het 90 jarig bestaan van de fabriek).                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                       Zondag 26 november 1944

Luchtalarm, veel overvliegers, erg laag. Wuppertal is nietzo groot als Rotterdam, maar wel zes maal zo veel gebombardeerd, Vandaag acht maal luchtalarm, Bommen gegooid, branden in de stad Keulen en Hagen. Zondag nacht weer alarm, voor het eerst goed geslapen. H. Mis was om 10.00 uur, Vandaag moesten we verhuizen van beneden naar boven.  Was vrij vandaag maar ben op de fabriek gaan eten. Kleding gewassen, en vandaag weer koolsoep, heb alleen maar 5 cm brood gegeten. Vandaag op zaal elkaars foto’s bekeken, ik heb alleen foto van Jo bij me. De Duitsers kijken je met lange ogen aan, zitten op je werk de hele dag achter je aan. ’s Avonds een luchtalarm, erg gevaarlijk, naar de schuilkelder, ik ben achter gebleven, en heb brood van de volgende ochtend gegeten, van de honger eet je het ’s avonds op en heb je de volgende morgen niets. Ben bij drie schoenmakers geweest, maar de schoenen kunnen niet gemaakt worden. Verschillende krijgen een molton deken, ik niet.

 Bahnbetriebswerk Wuppertal-Langerfeld. Dit is de ongebruikelijke kraan-constructie aan de muur bij het  afstelspoor. Op de achtergrond zien we het ronde dak van de lange dubbel-sporige wagenloods, waarlangs het spoor voor de buurtspoorlijnen loopt. Daarvoor staan open goederentreinen voor het aanvullen van de kolenvoorraad. Het geweldige tijdsdocument komt uit circa 1932, copyright www.bahnen-wuppertal.de.

56 Limburgers komen voor onderdak, de school is vol, maar die moeten er toch maar bij, dus allemaal een beetje opschikken. Voor afkeuren geen kijk, want de afgekeurden gaan naar het arbeidsambt , dat is nog slechter. Er zijn veel mensen hier ziek, geen medische hulp, zelfs twee met schurft. De lagerfuhrer zegt, alleen gezonde mensen keren terug naar huis. Ik hoop dat ik gezond blijf, maar zo als nu houd ik het niet lang vol.

Maandag 27 november 1944

Mijn tweede werkdag, om 5.30 opgestaan, kleding gewassen, je moet hier veel wassen, want je wordt erg vuil. 6.15 Uur aan het werk, in het donker met kapotte schoenen. Zonder brood en zonder drinken gewerkt tot 11.30 uur. In de kolen, met een schop zo groot zie je ze niet in Holland, wel 60 bij 60 cm. Verschillende keren lucht- alarm, een erg gevaarlijke plek, een machine loods van het spoor met veel locomotieven. Vanmorgen 50 mud kolen gelost.

                Bahnbetriebswerk Wuppertal-Langerfeld, foto uit 1963 van Wilfried Sieberg.

Vanmiddag gegeten, een halve liter soep, weer gaan werken tot 5.30 uur, weer in de kolen met verschillende keren luchtalarm. Gelopen met houten klompen, was ’s avonds wel erg moe. Thuis aardappelen gegeten, een keer in de week aardappelen. Slaap nu op een strozak, 3 cm dik, vlak naast de deur met daardoor veel tocht. We hebben hier ’s morgens maar een kraan om te wassen, buiten in het donker voor 120 man.  Dat beetje eten wat er is, wordt gewoon om gevochten, en het is niet te eten. Dan moet je ook nog oppassen dat je de spullen die je hebt en het is niet veel niet gestolen worden. Van een jongen schoenen gestolen, hij krijgt niet zomaar nieuwe, dus heeft hij niets. Wassen zonder handdoek is lastig en had ik maar wat te roken!

Dinsdag 28 november 1944

Derde werkdag, begonnen om 6.30 uur, zonder brood, een hele dag kolen geladen, was doodmoe. ’s Middags een liter gortsoep. Ik kan mijn houten schoenen haast niet aanhouden.  De baas gaat de hele dag achter ons aan, jachten, waar geklaagd wordt, wordt je opgeschreven, toch doorwerken en dan in de regen naar huis.

Woensdag 29 november 1944

Vierde werkdag, ik kon ’s morgens bijna niet werken en ben ’s middags naar huis gegaan, soep gehad, niet te eten.

        Luchtfoto dootr geallieerden genomen, lagers (kampen) en industriegebied Langerfeld,                                                     (kadaster Wuppertal, bewerkt doorFlorian Speer).

Bijschrift bij bovenstaande foto:

  • 1.  en 2. Barakkenlager voor Duitsers waarvan hun huis was                               gebombardeerd.
  • 3.             Krijgsgevangenenlager bij de tunnel onder het spoor                             door, (Clausewitzstrasse).
  • 4. en .5. OT-lager II “In der Fleute” , (de OT komt van Fritz Todt, hij                  richtte de Organisation Todt op. De organisatie bestond                      uit bouwbureaus en transportbedrijven, voor het bouwen                  van verdedigingswerken,, hij maakte gebruik van  vrij-                          wiligers en dwangarbeiders. In Wuppertal werden door                       deze organisatie meer dan 300 barakken gebouwd  voor                      slachtoffers van bombardementen van 1943,  en barak-                     ken voor dwangarbeiders, bunkers en schuilkelders).
  • 6.           Espenlaub Russenlager, (Gootlob Espenlaub was vliegtuig-                 bouwer, hier werden gedurende de oorlog Junkers JU 87                     en  Heinkels HE45 gerepareerd).
  • 7.          Espenlaub werk II.
  • 8.          Espenlaub, vliegveld.
  • 9.          Lager Preussenstrasse, Espenlaublager voor                                                dwangarbeiders.
  • 10.       Dr. Schmitz & Apelt, bedrijf en Lager, hier aten ook de                            dwangarbeiders van de Reichsbahn.
  • 11.       Gustav Busche, bedrijf en lager, maakten zakken en                                zeildoeken, (werkzaam 20 vrouwelijke oostarbeidsters).
  • 12.       OT-Lager “An der Harkort Schule”.
  • 13.       Barakken voor buitenlanders van de “Deutschen                                      Reichsbahn, hier stonden links van de barakken 2                                    halfronde  locomotief loodsen met twee draaicircels.
  • 14.      Wilhelm Beiersmann, bedrijf en lager.
  • 15.      Tornax, bedrijf met lager, ( De school waar mijn vader                              verbleef lag nog zo’n 500 meter links van dit bedrijf, maar                    is   niet zichtbaar op deze foto).

Donderdag 30 november 1944

Vijfde werkdag, thuis gebleven, kon niet lopen, nu op zieke-rapport, knol gekocht voor de honger, zomen in broek gemaakt en sokken gestopt, Het is een uur, weer zes maal luchtalarm geweest. Middag eten rode kool met water.

Vrijdag 1 december 1944

Thuis gebleven, ga morgen weer beginnen, ’s middags de soep laten staan, ’s avonds 3/4 liter aardappelen. Voor schoenen er op uitgeweest , maar kunnen niet gemaakt worden.

Zondag 3 december 1944

Kwam een jongen uit een ander lager van Jansma, die kon ik, had kaarten voor een cabaret op zondagmiddag door Hollanders in elkaar gezet.  Hij vroeg of ik wilde komen, ben geweest en was best aardig. Door het eten was ik wel een uur later, en ik moest rennen in de regen naar de zaal.

Maandag 4 december 1944

Afgelopen nacht vijf maal luchtalarm. Vandaag twee maal soep gekregen, ik kon het niet wegkrijgen.

Dinsdag 5 december 1944

Vandaag weer twee maal koolsoep, heb deze niet gegeten, alleen een stuk peen gegeten en 6 cm brood.

Woensdag 6 december 1944

Een maal gegeten, een pond aardappelen en zure kroten. Op de fabriek een ketelpak gehad. ’s Avonds erg  moe,  ben maar vlug gaan slapen, want morgen weer vroeg op. Vanmiddag bij geestelijke geweest, en gevraagd om een kerkboek. Niet veel hulp gekregen, zij hebben ook niets.  Ik heb gevraagd of ik kon biechten, ja zondag na de mis van 5 uur. Ben vandaag erg verkouden.

Donderdag 7 december 1944

                 Polen lager van het Reichsbahnbetriebswerk in de Wilhelm-Hedtmann-Strasse 3,                                                                                    (foto Bert Tenthof 2005)

Vandaag hard werken, ik moest bussen verf halen, bij elkaar meer dan 100 kilo, dat kan ik niet zonder eten. We moesten de laatste dagen in het Poolse lager eten, een half uur lopen. Weer tweemaal koolsoep, niet te eten. Krijgen nu om de dag 13 cm brood, dus heb ik vanavond ook het brood voor morgen opgegeten. Vanavond ontzettende hoofdpijn.  Luchtalarm, acuut ging het licht uit, de jongens gingen zingen, Hollandse dag. Waar de blanke top der duinen, ik kan niet meezingen met die hoofdpijn, maar mag het graag horen.

 Vrijdag 8 december 1944

Ik blijf vandaag thuis, slecht geslapen en veel gehoest  Vanmorgen als ontbijt een stuk peen.    Krankenschein gehaald op de fabriek . Ik ben bij de dokter geweest, en een briefje gehad, hoef alleen maar licht werk te doen.

Zaterdag 9 december 1944

De eerste sneeuw is gevallen en ik ben nog niet gaan werken, anders moet ik zondag ook werken. Lappen genaaid voor onder mijn houten schoenen, neuzen zijn open. Van mijn broers Harry en Wim nog niets gehoord. Kreeg wel een brief van Koos de Jong (lid van de G.I.B.) . Hij werkt  in een fabriek in Hagen en schreef aardig en vroeg of ik naar hem toe kwam, maar is erg ver weg, dus ik weet niet of dat wel mag!

Zondag 10 december 1944       

Wanhopige dag, ik hoor maar niets uit Rotterdam, Ik ga maandag niet werken, ben vanmiddag wel naar de kerk geweest. Vanavond weer koolsoep, weer niet gegeten, ik kan het niet weg krijgen. Zondag avond voor het eerst afleiding, een pandoertje (kaartspel) gelegd.

Maandag 11 december 1944

Controle van de fabriek, ik moet komen werken en bij de dokter langs gaan. Aan de dokter gevraagd om een briefje en gekregen met de inhoud: Moet zittend werk hebben!  Toen terug naar de fabriek gegaan, maar zij hebben geen zittend werk.

Dinsdag 12 december 1944

Briefje van dokter aan Heer Kübler van het Polenlager:  An Herr Kübler! Holländer Tenthoff war heute morgen zum Krankenhaus, ist um 2 Uhr zürück gekommen. Tenthoff hat von 2-4 Uhr auf Frau Siebel (zimmer 8) gewartet, und jehtz um 4 Uhr ist kein Essen mehr dort. Würden Sie ihm etwas geben.

Onder geleide naar Sonnborn, aan de ander kant van Wuppertal, een uur ver voor consult dokter in ziekenhuis. Heb papieren meegekregen maar zonder resultaat. Ik heb een briefje voor nieuwe steunzolen, maar nee zegt die dokter: dan kan ik gewoon weer gaan werken. Dat ga ik toch niet doen, dus maar afwachten.  Nu een zaakje gevonden waar men soep verkoopt, 1 liter voor 1 mark, met een beetje ballen.

                        Eisenbahndienstsache, envelop voor meermalig gebruik: van boven naar beneden: Piotkrow (Polen)  – OBD.Warschau (Ost Bahn Direction)  – Tschenstochau (Czestochowa) Sozialbüro – BWW Tschenstochau (Bahnbetriebs Wagen werk)  Regioburo Sedel in Gogolin- uber Oppele (Polen) – bis Higgerstub Langerfeld – Herr Küubler Polenlager

 

 

Woensdag 13 december 1944   

Naar fabriek geweest, brief ingeleverd. Toen moest ik weer naar de dokter, weer een zwerende vinger, afgeknipt. Zelf klompschoenen gemaakt. Nu ziek en in Holland was het eten heerlijk vergeleken met hier, twee keer per dag koolsoep, en een keer in de week aardappelen, soep niet gegeten.

Donderdag 14 december 1944 

Weer naar de dokter geweest, een hoestdrankje, (vies drankje) gekregen, en brief van de fabriek gehad, ik krijg geen nieuwe schoenen. Van de lagerführer wel allemaal een deken gekregen. Vandaag een broodmes gekocht, schoensmeer en zalf. Ik heb een gonjezak waar al mijn spullen inzitten. Ik ben heet water gaan halen bij de buren, die mensen waren heel beleefd, ik  mocht binnen komen,  zij waren heel aardig. Ik zei dat ik met alles omhoog zat, vooral met een handdoek. Toen kreeg ik een halve handdoek. Ik heb ze ook gevraagd of zij mijn schoenen naar de schoenmaker kan brengen, want als ik naar de schoenmaker ga, doet hij het niet. Kreeg ook nog een stuk kaas, 5 bij 6 cm en 1 cm dik. Dus vandaag een goede dag.

Vrijdag 15 december 1944 

Vandaag mijn kleding gewassen en te drogen gehangen, het is weer erg koud. Luchtalarm de tweede keer vandaag en het is nog maar 10 uur. Het front kunnen we hier horen, zo’n 30 km hier vandaan. Ik denk dat we met Kerstmis nog wel hier zitten, maar ik hoop met de Pasen thuis te zijn!

Ik ben nog niet aan het werk, ik wacht op nieuwe steunzolen, ik heb ook om een paar nieuwe schoenen gevraagd, maar dat zal wel niet lukken.  Het is hier op zaal tamelijk rustig, acht zieken van de drieen dertig, meestal zijn het er meer. Maar vanaf vandaag moeten zij zelf hun eten gaan halen, eerst werd dat gehaald. Dat eten is hier een half uur vandaan, in een Pools lager, (In werkelijkheid was het Polenlager dichterbij, maar omdat mijn vader slecht liep, en de straten omhoog  dan wel omlaag liepen, en er sneeuw lag deed hij er een half uur over).   Maar voor de genen die ernstig ziek zijn is dit een strop. Ik kan gelukkig weer lopen.

 

Gisterenavond voor het eerst pap gehad in plaats van soep, heerlijke gortpap, bijna een liter maar het grootste deel water, beter dan koolsoep. Ik ga dadelijk mijn dekens merken, dat heb ik ook met mijn ketelpak gedaan. Vanmorgen de zekerheid gekregen dat Rotterdam nog niet gevallen is.  De kampwacht kwam binnen zetten, wijst zieken aan, wc’s schoonmaken, ik, gezellig, het zijn  maar acht stuks, en die zien er altijd fijn uit !!

Om een uur, naar Polenlager, weer koolsoep en een balletje gehakt, helft van de soep weggegeven. Alweer luchtalarm, het is hier een gevaarlijke buurt met het spoorwegnetwerk. Ik heb veel honger, maar niet te eten. Alweer alarm, iedereen naar de schuilkelder, dat moet, ik heb geen zin, laat alles aan God over, bid maar drie weesgegroetjes.  Was alles maar afgelopen, je wordt het zo zat, vanavond weer koolsoep, niet gegeten, stuk brood gekregen voor de volgende ochtend, maar nu opgegeten, dan zaterdag morgen maar niets. Vandaag niet veel gedaan, maar erg moe,  ga vroeg slapen. Morgen naar de specialist voor steunzolen, als ik steunzolen heb moet ik weer gaan werken.

Zaterdag 16 december 1944

Gisteren naar de kapper geweest, nu erg verkouden, maar ik draag tegenwoordig een pet, daar kan ik niet meer buiten.  Vandaag naar de specialist geweest, maat genomen van de voet, over 14 dagen is de steunzool klaar, op 1 januari halen. Kwam in een zaak en daar vroeg ik wat eten zonder bon. Hadden ze niet. Ik trok zeker nogal een zielig gezicht, ik had ook honger. Toen kreeg ik van een klant een bonnetje voor een kwart brood. Een ander op de kamer wist ergens eten te kopen zonder bon, Wij met z’n tweeën erop af, maar het was te mooi om waar te zijn: nul nul nul.

Het is vandaag erg rommelig geweest in de lucht. Je kan voelen dat het front dichterbij komt. Ik geloof wel dat het hier gevaarlijk wordt. Het gaat verschrikkelijk te keer.

Zondag 17 december 1944

Op het ogenblik is het kwart voor zes. Diegene die vandaag moeten werken staan net op. Het is hier al makkelijk, je bent zo klaar, want je gaat aangekleed naar bed en staat geheel klaar op, alleen wassen natuurlijk. Met honderdveertig man om een kraantje vechten. Zo lang als ik hier ben draag ik het zelfde ondergoed, alleen niet als ik mijn ondergoed heb gewassen, dat heb ik drie maal gedaan. Op kamer drie liggen hier alleen Limburgers. Daar is zelfs een jongen van 14 jaar bij en die mag geen eens terug!  Nu ga ik eens kijken of ik een beurt krijg om te wassen, en dan naar de kerk. Vanmiddag een wandeling, een half uur lopen naar Polenlager voor eten.  Gegeten een pond aardappelen, 7 stuks in getal, wat zure kroten, die je beter niet kan eten, anders ben je drie dagen misselijk, en een stuk vlees van 3 millimeter dik en zo groot als een plakje Gelderse worst. Dit alles bij elkaar vind je nog lekker, want koolsoep eet je helemaal niet. Dus vanmiddag was het heilig. Nu vanavond zal het wel weer koolsoep zijn. Toen ik van het Polenlager terug kwam, liep ik gewoon te waggelen op mijn benen. Er zijn gewoon te veel Hollanders en ze kunnen je gewoon allemaal niet te eten geven. Die jongens die hier al langer zijn weten de weg en hebben beter eten.

De hele dag hebben we het geschut van het front goed kunnen horen. Men zei hier dat Düsseldorf en Keulen onder vuur genomen zijn. Nu, Düsseldorf is hier maar 30 kilometer vandaan en Keulen 50 kilometer, dus niet ver weg. Hoe lang zal het nog duren voor ze hier zijn? Misschien dat wij dan verder terug moeten.

              Hoek Windhorststrasse en Inselstrasse, op de achtergrond de R.K. St. Rafaelkerk.

 

Maandag 18 december 1944

Om 6 uur al luchtalarm. De mensen gingen een uur later aan het werk, de meeste gaan in de schuilkelder, maar dat doe ik niet. In de tussentijd liggen bidden, ik denk dat het meer helpt.

Vanochtend niets te eten. Moest om 8 uur wc schoonmaken, heerlijk baantje met een lege maag. Vorige week had een van onze buren,       ( Familie Walter Blaser, Inselstrasse 21 Wuppertal-Langerfeld), een vrouw die Rooms Katholiek is, beloofd mijn schoenen bij de schoenmaker te brengen, want van Hollanders nemen ze de schoenen niet meer aan. Nu ging ik vanmorgen naar haar toe, mocht binnen komen, het een en ander zitten vertellen. Dat ik gisteren avond en vanmorgen niet gegeten had. Toen kreeg ik drie boterhammen en twee bakken koffie.

                                                        Woonhuis familie Blaser, anno 2005.

Ik geloof dat het front dichtbij komt, want ze vliegen hier aardig. Ze zijn vanmorgen nog te keer gegaan en aan het dreunen te horen is er bij ons in de buurt veel gebombardeerd. Tijdens mijn reis van Bentheim tot Wuppertal was er een en al puin, verschrikkelijk. Wuppertal is ook erg gebombardeerd.

   Bluswerkzaamheden in Wuppertal-Barmen.

Note: met de slag om de Ruhr,  in de nacht van negenentwintig mei 1943 voerde de RAF (Royal Air Force) een massaal bombardement uit op Wuppertal-Barmen met 719 toestellen. In een nacht werden driehonderd-duizend bommen (1822 ton) gedropt. Er vielen 2450 doden en 118.000 mensen waren dakloos. De RAF verloor 33 toestellen. In de nacht van 24 juni 1943 werd wuppertal-Elberfeld zwaar gebombardeerd. de daarop volgende vuurstorm mede veroorzaakt door fosfor bommen verwoeste vele huizen. In totaal werden op Wuppertal 126 keer  bommen, mijnen en brandbommen afgeworpen. Gedurende de Tweede Wereldoorlog kwamen door  geallieerde bombardementen 6500 mensen in Wuppertal om het leven en 38 % van de bebouwde stad werd vernielt.

                                                              Wuppertal aan het einde van de oorlog 1945.                                                                                            copyright Westdeutsche Zeitung, foto Werner Zimmermann.

Gisteren voor het eerst een dokter in de school geweest. Een dokter uit Venlo, hij doet hier ook kolen scheppen. Nu die man heeft niets, geen spullen dus hij kan weinig voor ons doen.  Vanochtend sokken gestopt, flinke gaten gisteren. Broek gemaakt, ja alles gaat hier gauw kapot omdat je het nooit uitdoet. Vanmiddag in Polenlager zuurkool gegeten. Terug naar de school liep ik te wankelen op mijn benen, in de eerste plaats kan ik slecht lopen op die houten schoenen en mijn lage schoenen zijn bij de schoenmaker. Die waren erg kapot, het bovenleer en de hakken totaal gelijk afgesleten, en de schoenen zijn pas over drie weken klaar. Vandaag weer diverse malen luchtalarm. Ik heb vanavond wat afleiding, ik heb een Hollands boek op de kop getikt.

Dinsdag 19 december 1944

Dinsdag morgen half zes, slecht geslapen, ik ben erg verkouden en heb veel gehoest, ik heb het eerste bed naast de deur, dus op de tocht, en met veertig man op zaal, gaat er regelmatig ’s nachts een naar de wc, deur open en dicht, de meeste lopen op klompen dus veel herrie, dat houd je wel wakker. Van het front horen we dat de Amerikanen zich hebben terug getrokken, geen gezellig nieuws.

Het is nu half een.  Vanmorgen ben ik bij de Rooms Katholieke mevrouw geweest, mevrouw Blaser, en kreeg ik te horen dat mijn schoenen niet meer gemaakt kunnen worden, nu ben ik aangewezen op mijn houten klompschoenen. Ik heb van mevrouw Blaser twee boterhammen met dik boter gekregen, dat ging er wel in! Ik heb haar gevraagd of zij mijn hemd kan wassen voor de Kerstmis, nu dat zou ze doen, wat een aardige mensen. Haar dochtertje komt nu af en toe mij een kop pepermunt thee brengen.

Ik ben vanmiddag aan de fabriek gaan eten, ben eerder gegaan, ze hebben daar douche cellen aan de fabriek, heb ik lekker kunnen douchen. Eten was vanavond weer koolsoep, die heb ik maar weggegeven.

  Bahnbetriebswerk Wuppertal-Langerfeld, op de voorgrond is nog een deel van de draaischijf                 zichtbaar, achter de locomotief, het hogere spoor van de buurtspoorlijn,                                            en de opslag van de grote kolenvooraden.  copyright www.bahnen-wuppertal.de.

Woensdag 20 december 1944

Kan het front goed horen, komt steeds dichterbij. Gisterenavond de theepot teruggebracht en heb ik een paar uur bij mevrouw Blaser gezeten, het zijn haal aardige mensen. Haar man en twee zoons zijn aan het front,  Zij en haar dochter van 22 en een dochter van 9 jaar oud zijn met zijn drieën thuis. Gisteren heb ik haar verteld van thuis, van mijn broers Harry en Wim, en haar de foto van Joke late zien, daar was ik wel groots mee! Vanmiddag kreeg ik een beetje middageten van haar. Ik ben reuze verkouden en moet nu gaan uitkijken, er is op de andere kamers schurft uitgebroken.  En hier is er ook al een, die moet naar het ziekenhuis. Op het ogenblik 10 zieken op de zaal van de 55 man.

Vanmiddag van Mevrouw Blaser een heerlijk portie eten gehad, tevens brachten ze van de fabriek een portie aardappelen met rode kool mee. Dat ging ook best, dus niet slecht vandaag. Met de Kerstmis hebben ze ons 60 sigaretten beloofd, en een haf pond marmelade. Hadden we het maar alvast! Vanavond was er een keer peensoep, maar ze vergaten het voor mij mee te brengen. Wel brachten se 2 ons stroop mee. Nu ga ik maar weer slapen.

Donderdag 21 december 1944

’s Morgens half zeven, gisterenmiddag om 3 uur op het matje moeten kemen bij de baas, hij ging erg tekeer. Ik was al 12 dagen krank, dat kon zo niet langer. Maar ik heb volgehouden dat ik niet werken kan. Je moet hier ook weer uitkijken dat je niet helemaal afgekeurd wordt, want dan ga je naar het “arbeidsambt”, dan ben je nog verder van huis, dan heb je nog slechter eten. Jongens die helemaal niet kunnen werken, laten ze aan hun lot over. Er zijn er die TBC hebben, en die douwen ze gewoon in een Russisch lager. Er ligt er hier een, die is half verlamd, maar die laten ze gewoon maar liggen. Nog drie dagen dan is het Kerstmis, was het maar alvast achter de rug. Je moet hier zo weinig mogelijk denken, maar ja als je haast niets te doen hebt, ga je toch steeds aan thuis zitten denken.

Het is twaalf uur, de zieken waren eten, maar hebben voor mij niets meegenomen, gelukkig kreeg ik van een andere man vanochtend wat aardappelen, dat was wel lekker. De Hollandse mannen leer je hier wel kennen, elkaar helpen doen ze niet veel, Het zijn een stelletje boeven. Nu leer je de Hollanders pas kennen. De Rooms Katholieke mevrouw liet door haar dochter weer een schaaltje eten brengen, aardappelen met zuurkool, heerlijk hoor!  Nu in Holland hield ik niet van zuurkool, maar het smaakt mij hier best.

Vanmorgen weer een paar gaten in mijn sokken gestopt. Daarnet kreeg ik een kaart over de post, dat ik 29 december weer bij een andere dokter moet komen voor consult, in het stadje Schwelm. Dat is de tweede keer. Het is nu 5 uur en de tijd draait langzaam, een reuze vervelende dag. De hele dag op mijn strozak gezeten, anders ga ik nog weleens een eindje lopen of een boodschap doen, maar vandaag geen zin.  De omtrek van Langerfeld is reuze mooi, het is hier allemaal berg en dal, de stad ook. Maar geloven jullie dat ik nog geen idee gehad heb om een stukje te gaan wandelen of lopen. Ik zit hier nu 6 weken en ben haast niet verder geweest, dan van de school naar het werk en een paar inkopen wezen doen. Ik zou God danken op mijn blote knieën als ik met de kerstmis thuis kon zijn. Maar dat mag eenmaal niet.  Allemaal moeten we een offer brengen, maar het valt weleens zwaar.  De eene dag kom je beter door dan de andere. Mijn goede schoenen zijn niet meer te maken en zijn niet meer te dragen. Nu ben ik op klompschoenen aangewezen.  Geen prettig vooruitzicht.

     Bahnbetriebswerk Wuppertal-Langerfeld, rechts achter de muur de grote kolenvoorraad,                       links de locomotievenloodsen. copyright  www.bahnen-wuppertal.de

Vrijdag 22 december 1944

’s Morgens half zeven, eerst geprobeerd om eruit te komen, maar dan wordt ik misschien nog zieker, want ik ben beroerd en heb erge hoofdpijn. En dan moet er nog bijkomen dat ik geen eten heb, dat krijg ik pas om 2 uur, dat is geen prettig vooruitzicht. Vanmorgen slecht weer, regen, goed om een ziekte op je lijf te halen. Om 9 uur naar mijn kostvrouw geweest, zo zal ik ze maar noemen. Maar het is een door en door goed mens. Ik kreeg twee boterhammen met stroop en dat smaakte heerlijk. Dat is heel wat van hun rantsoen.

Nu lig ik maar weer op mijn stromatras en zal maar proberen wat te lezen. Maar het vooruitzicht de hele dag weer te liggen, dat is hopeloos, maar we zullen de moed er maar inhouden.  Vandaag vijftien Limburgers erbij gekomen. Ze hebben allemaal schurft. Vanmiddag een bordje erwtensoep van de kostvrouw gehad. Vanmiddag ging ik naar de dokter, toen kwam ik acht man tegen van mijn kamer. Die waren naar huis gestuurd, hadden allemaal de schurft, dus wij staan er goed op. Bij de dokter heb ik geklaagd over verkoudheid en hoesten. Hij heeft mij helemaal onderzocht, gewogen en gevraagd hoe lang ik was. Maar hij kon niets vinden. Ik woog 64 kilo, toen ik hier kwam 70 kilo, in 6 weken tijd 6 kilo afgevallen.Het is goed dat jullie mij niet kunnen zien, ik ben verdraaid mager geworden. Ik heb een drankje gehad en mag tot 2 januari thuisblijven, tot mijn steunzolen klaar zijn.

Bahnbetriebswerk Wuppertal-Langerfeld. Twee lokomotieven staan klaar voor de draaischijf,                                            foto 1961       copyright www. bahnen-wuppertal.de

Vanavond alweer koolsoep, heb ik weggegeven en mijn brood van zaterdagochtend alvast opgegeten. In de groentewinkel 5 knollen gekocht voor de honger, dus morgen toch wat te eten. Van de kostvrouw mijn overhemd gewassen en gestreken teruggekregen.

                                              St.Raphaelkerk, Windthorststrasse 6a, foto juli 2005.                                         De kerk is gebouwd in 1911, waarschijnlijk is de kerk tijdens een bombardement in WW2                 ook getroffen, want de huidige toren met klokkestoel en 6 klokken stamt uit 1959.

 

  Zaterdag  23 december 1944

Om 7 uur naar de kerk geweest. Het aantal zieken loopt steeds op, nu al zeventien stuks. We hebben al weken lopen bedelen in de groentewinkels voor knol. Wast haast niet te krijgen. Vandaag was er genoeg en heb ik gelijk zowat 10 kilo ingeslagen, altijd goed voor de bijvoeding.  Op het ogenblik weer acuut alarm, ik ben alleen in de klas, ze zijn allemaal eten in het Pools lager, vandaag de zaterdag voor kerstmis hebben de jongens 50 mark voorschot gehad. Ik niet omdat ik ziek ben geweest. Te lang naar hun zin. En nog een paar niet. Nu moeten wij wachten tot 6 januari en ik heb nog 3 mark. Maar ja, we zijn er altijd nog gekomen dus nu komen we er ook wel.

Het gaat vandaag beter met mij. Vanmorgen bij mijn kostvrouw weer twee boterhammen met stroop gehad, wat lekker! Het is hier wel om bang te worden, als je de vliegtuigen hoort vliegen en schieten. Het is een uur, een bordje soep gehad van de kostvrouw. Ik ga vanmiddag naar de kapper, en het fabrieksbadhuis. Ik ben de hele week haast de deur niet uitgeweest.

 

WORDT VERVOLGD.

 

 

Familie gebeurtenissen met historische en genealogische achtergronden.